178. Van de bloemetjes en de bijtjes

Het vrouwtje keek naar de titel van mijn weblog en zei toen dat ik maar liever een ander onderwerp moest kiezen. Ik ben pas drie en dan zijn sommige onderwerpen niet zo geschikt.

Ik begreep het niet. Dit weekend is de nationale bijentelling. En bijen komen nu eenmaal op bloemen af. In onze voortuin bloeien de tulpen uitbundig, zoals ik de vorige keer al verteld had. En tussen de lavendel staan blauwe druifjes in vol ornaat te pronken. Al die kleuren en geuren lokken allerlei beestjes. Mieren. Hommels. Bijen.

Ik zat al een tijdje relaxt naar buiten te kijken. Normaal zijn er best veel bijen, maar vandaag waren er maar twee. En je hoeft ook maar een half uur te tellen. Dat doen ze expres, dan lijken het er meer. Want als ik een half uur tel en daarna vliegen de bijen naar de buurman die dan gaat tellen, dan zijn er opeens vier bijen, in plaats van twee.

En meer bijen zijn nodig. Bijen verspreiden stuifmeel terwijl ze op zoek zijn naar nectar om honing van te maken en hun babylarfjes mee te voeden. Door deze bestuiving komen er appels aan de boom, courgettes aan de plant, aardbeien aan de struik. Zonder bijen (en hommels) zou dat allemaal veel moeilijker gaan.

Om de bijen een handje te helpen worden de wilgen in een laantje om en om geknot, de bermen ’s zomers minder gemaaid en zijn boeren begonnen met bloeiende akkerranden. Maar ook doodgewone mensen kunnen helpen door (meer) bijvriendelijke planten in hun tuin te zetten.

De bijentelling is zondag 18 april ook nog. Maar heb je nou je tuin vol met tegels, of helemaal geen tuin, dan tel je gewoon ook -net als ik- de bijen in ónze achtertuin. De telmethode rammelt toch al 😛

Maar pas op dat je er niet BIJ in slaap valt 🙂

177. Dure uitstapjes

De winter is voorbij en de mensen willen op pad. Ik snap het helemaal, want ik ga ook graag ergens heen, samen met mijn baasjes. Maar het enge virus is nog niet weg. Er worden nog steeds mensen heel erg ziek van. Om toch aan al die verlangens tegemoet te komen, wordt er nu voorzichtig getest of we weer (een beetje) terug kunnen naar vroeger, toen we met duizenden tegelijk naar hetzelfde gingen.

Af en toe gaat er dus iets leuks open en mogen er een paar mensen naar binnen. Tenminste, als ze van tevoren kaartjes hebben gekocht en vlak daarvoor nog negatief getest zijn. De belangstelling hiervoor is overweldigend.

Het vrouwtje zag dat de Keukenhof ook meedeed met de test. Mijn baasjes houden van bloemenparken waar hondjes ook naar binnen mogen. Eens in de zoveel jaar gaan ze daarom naar de Keukenhof, hoewel ze het eigenlijk een beetje duur en een beetje te druk vinden. Maar dit was wel een unieke kans om met slechts een fractie van het normale aantal mensen de bloemetjes te bekijken. Alleen het weer was niet zo fijn en we hadden ook geen kortingsbonnen. We gingen dus uiteindelijk niet.

Het uitstapje zou mijn baasjes € 43,- gekost hebben. Van dat bedrag kan ik een paar maanden eten. Maar het is helemaal niets vergeleken bij de werkelijke kosten van dit proefproject. Voor ongeveer 700 miljoen mogen kleine groepjes mensen uitproberen hoe het ook al weer was, met z’n allen in de Efteling of de dierentuin. Natuurlijk wel op anderhalve meter van elkaar en samen in een lange rij voor koffie-to-go. Vliegvakanties zitten ook in het proefpakket: een weekje huisarrest in een hotel op Rhodos samen met andere mensen die ook aan het experiment meedoen. Klinkt als de format van een commercieel tv-programma… Gek genoeg was er ontzettend veel belangstelling voor en staat de tweede reis al op stapel.

Wij wachten onze beurt wel af, heeft het vrouwtje gezegd. Gelukkig houden wij van wandelen en fietsen en hebben we 2 thermoskannen. En dat mag gewoon; op pad met je eigen benen en je eigen knapzak.

Bovendien gaat het voorjaar steeds meer los in onze eigen tuin. De appelbloesem kan ook elk moment open springen. De vuurdoorn krijgt al piepkleine witte bloemetjes. Aan de blauwe regen zitten tientallen dikke aarvormige knoppen. De klimroos heeft al bladeren en zal straks met roze bloemen strooien. De verwachtingen voor de tulpen zijn hoog gespannen. Het is me namelijk gelukt de tulpenbollen met rust te laten. Aan de voorkant van ons huis bloeien ze al, in de achtertuin zijn ze goed op weg. Nog even, en we hebben onze eigen Keukenhof. Inclusief een open terras en geen rijen voor de wc.

En nee, er zijn geen toegangskaarten te koop 😛

176. April doet wat hij wil

Iedereen dacht dat de lente was begonnen. De laatste dagen van maart waren zonnig en warm. Overal zaten buren op bankjes voor hun huis uit te rusten van het thuiswerken. Kinderen speelden zonder jas in het parkje voor de deur. En wij zetten de fietsen achterop de auto en reden naar Limburg.

Mijn baasjes willen graag dat ik voeling blijf houden met mijn geboortegrond. En het is er doorgaans warmer dan bij ons met de wind van zee. Uit ons fietsknooppuntenboekje van Route.nl koos het baasje een schilderachtige route door het Zuid-Limburgse heuvelland. Dat deze route het verste weg was van alle routes in het boekje zagen ze pas toen ze startpunt invoerden in het navigatiesysteem.

Begin van de middag arriveerden we in een zonovergoten klein dorpje voorbij Maastricht en Valkenburg. Ik nam plaats in mijn krat. Het baasje wilde graag een kijkje nemen bij Margraten, dus dat bewaarden we als een soort beloning voor het eind. Eerst reden we in een heerlijk tempo naar het lager gelegen Gulpen, waar een gezellige drukte heerste ondanks de gesloten terrassen. Alle bankjes en stoepjes zaten vol met ijs etende mensen. We fietsten verder naar het hoger gelegen Mechelen. Het tempo werd al wat lager 🙂 .

In zuidelijke richting fietsen we nu, richting België. Maar toen ontstond er verwarring. De Belgische knooppunten stonden niet op de Hollandse bordjes. Uiteindelijk vonden we een paar andere knooppunten die op Hollandse grond bleven en ons dwars door het veelgeroemde Geuldal langs een lekkernijenafhaalpunt in Camerig stuurden. Maar wie met een goedgevulde knapzak op pad gaat hoeft nooit als 60ste persoon achter aan te sluiten in de rij.

Vanwege het heuvellandschap duurde de tocht alleen wel langer dan verwacht. Noodgedwongen kortten we de route in, omdat we anders nooit op tijd thuis zouden zijn voor de vroege avondklok. Maar gelukkig fietsten we nog wel langs het kronkelende rivierbeekje de Gulp. Het was werkelijk idyllisch hier. We waanden ons op vakantie in de Ardennen.

Maar de lente zette niet door. In plaats van warme zonnestralen kregen we begin april, amper een week later, hagelbuien en sneeuwstormen. Als grote snippers papier dwarrelden de sneeuwvlokken naar beneden. De magnoliastruiken die een paar dagen eerder nog stonden te pronken als kleine bruidjes stonden verpieterd in de straten. Toen het even droog werd gingen we snel voor de plasronde. Halverwege begon het weer te storten. Hagelstenen sloegen als spijkers tegen mijn poten en op mijn kop. “Naar huis!” riep ik nog, maar het vrouwtje wilde er niets van weten, want ze wist wel dat ik eigenlijk nog niet uitgeplast was. Ze nam me in haar armen tot de bui voorbij was.

Het weer is grillig. Volgens het baasje komt dat door een lage stratosferische vortex. Volgens mijn vrouwtje doet april wat hij wil. De waarheid zal wel ergens in het midden liggen 😉

175. Piepertocht

Boer Noordam uit Woubrugge had aardappels over. Een tonnetje of 50. De verplicht gesloten restaurants zitten niet op zijn aardappels te wachten en de snackbars, die wel open mogen zijn, hebben te weinig klandizie om al die aardappels af te nemen voor in de frituur. Dus bedacht de boerin een actie: voordelige piepers voor grootverbruikers.

Onze alerte vriend de fietsmevrouw spotte deze actie ergens op internet of in een krantje. Mijn vrouwtje is altijd wel te porren voor een koopje, dus ze spraken af om samen op piepertocht te gaan. En de fietsmevrouw zou de fietsmevrouw niet zijn, als ze niet op de fiets zou willen…

Het baasje zei dat het vrouwtje gek was. Twintig kilo aardappels achterop de fiets, terwijl er een auto werkeloos voor de deur staat. Maar de fietsmevrouw was onverbiddelijk; we gingen trappen. Gelukkig bleken er ook zakken van 10 kilo te zijn. Die kon het vrouwtje wel kwijt in mijn fietskrat.

“Hé vrouwtje”, vroeg ik, toen ik begreep dat de vriendinnen samen zouden gaan fietsen. “Mag ik niet mee?” Op mijn allerliefst keek ik naar het vrouwtje van onder mijn wimpers. “De fietsmevrouw vindt het ook veel leuker als ik er bij ben, hoor.” En dat is ook zo. Ze kent geen enkele vlinderhond die zo vriendelijk en fotogeniek is als ik 🙂 .

Uiteindelijk ging het vrouwtje overstag. In mijn groene vestje van oma gingen wij op weg naar de fietsmevrouw. Gezamenlijk fietsten we naar Woubrugge. We hadden wind mee en de zon scheen heerlijk op mijn kop. Bij een perkje narcissen maakte de fietsmevrouw een lentefoto van ons.

Het was niet zo druk bij de boer. Het vrouwtje had verwacht dat het er rijen dik zou staan, maar dat viel gelukkig mee. We konden gewoon over het erf naar de schuur fietsen. Op een pallet en in een paars wagentje lagen de zakken aardappels uitgestald. De zakken met 20 kilo waren al op, maar wij kwamen toch voor de helft.

Het vrouwtje stopte € 2,50 in de melkemmer en sleepte een zak aardappels naar de fietsen die nog buiten stonden. De fietsmevrouw kreeg de zak op haar fietsendrager. Relaxt lopend (het vrouwtje en ik) en de fiets moeizaam voortduwend (de fietsmevrouw) bereikten we het begin van het boerenerf. Daar stond tegen de gevel van de landwinkel een bankje, waar de dames op gingen zitten. Ik bleef voor het gemak in de fietskrat.

Nu kwam het belangrijkste deel van onze missie. Het verdelen van de aardappels! Als we dat niet deden zou ik niet in de fietskrat mee terug kunnen of de fietstas van de fietsmevrouw zou uitscheuren. Het vrouwtje en de fietsmevrouw zaten allebei op een uiteinde van het bankje. In het midden stond de weegschaal uit onze keuken. Natuurlijk kun je de aardappels verdelen op aantal, maar dit was wel véél eerlijker 🙂 .

We hadden veel bekijks, want naast het bankje was het afhaalloket van de landwinkel! En het loket werd goed bezocht. Maar iedereen in de rij was het erover eens; dit was de allereerlijkste manier!

Het vereiste nog wel wat rekenwerk toen in de zak van de fietsmevrouw een als aardappel vermomde steen van 78 gram bleek te zitten en in de zak van het vrouwtje een half rotte aardappel van 172 gram, maar ook daar kwamen ze uit. En toen konden we weer verder.

Ik zat strak tegen de aardappels aan, wat een positief thermisch effect had. Ecologische warmte, noemde de fietsmevrouw het. Met een toeristische omweg aanvaardden wij de terugweg. Vlakbij de Langeraarse plassen werd een lunchstop ingelast met thee uit de thermoskan en druipende pannenkoeken in aluminiumfolie. Voor mij was er een kluifje, maar ik hing met mijn oren in de gemorste suikerdrap, dus ik had dubbel lekkers.

We stapten nog één keer af. Bij een boerderij waar de schapen en lammetjes over het fietspad dartelden waren tulpen te koop voor een prikkie. De fietsmevrouw trakteerde het vrouwtje op een bosje witte tulpen. Maar toen de boerin de bloemen kwam bijvullen met rode tulpen, ruilden ze allebei snel hun tulpen om. Toen er ook nog paarse tulpen bleken te zijn, had de fietsmevrouw toch nog weer liever die. Het vrouwtje bleef standvastig.

Eenmaal thuis liepen we nog een plasronde, waarna ik op een stoel ging liggen en meteen wegzakte. Het was weer een echt micro avontuur, maar ik had er groots van genoten!

174. Yoga op het werk

Ik had het al eerder over yoga. Sinds ik vorig jaar maart met het vrouwtje en de fietsmevrouw een yogazaal zou gaan pimpen tijdens NLdoet (zie weblog 116) komt yoga steeds weer op mijn pad. Sterker nog, ik heb al 2 yogalessen gevolgd, samen met het vrouwtje.

Het vrouwtje werkt nu al een jaar thuis. Een hele enkele keer komt ze nog op kantoor, maar de laatste keer is alweer ruim 3 maanden geleden. Nu gaat dat thuiswerken mijn vrouwtje wel goed af, maar haar baas neemt toch het zekere voor het onzekere en stuurt af en toe een verwenpakket op naar de werknemers. En biedt hen in werktijd activiteiten aan om vitaal te blijven. Yoga bijvoorbeeld.

De eerste yogales was afzien. We moesten op een matje op de grond gaan liggen. Wij hebben geen yogamatje, dus we namen een plaid en een kussen van de bank. Vanuit de laptop kwamen allerlei instructies. Het begon vrij makkelijk. Op je billen zitten en mmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmmm’en, terwijl je in je handen wrijft. Easypeasy. Maar al gauw werden de oefeningen moeilijker. Gelukkig had het vrouwtje de keuken uitgezocht voor de yogales en kon ze net op tijd het aanrecht vastgrijpen toen ze rechtopstaand haar voet tegen de kuit van haar andere been moest drukken en ondertussen haar handen in de lucht moest houden als een danseresje in een muziekdoosje.

Klik hier als je geen filmpje ziet

De oefeningen duurden allemaal erg lang en bijna niemand zei wat. Het was supersaai. Geef mij maar een vergadering, waar collega’s met blikkerige stemmen door elkaar leuteren, totdat de slechte wifi volledig willekeurig deelnemers bevriest op het scherm. Veel leuker.

Toch liet ik me overhalen om nog een keer mee te doen. Dezelfde juffrouw van de eerste keer zou ons nu inwijden in de geheimen van yoga nidra. Yoga nidra betekent letterlijk ‘slaap van de yogi’. Rond 1950 ontdekte ene Swami Satyananda Saraswati dat er een stadium tussen waken en slapen bestaat. Je bent dan niet echt wakker meer, maar je slaapt ook niet en in die toestand vloeit alle spanning vanzelf uit je lijf.

Ik vond het een beetje zweverig klinken en het vrouwtje ook. Maar toen ze hoorde dat we geen halsbrekende toeren hoefden uit te halen, maar heel stil op een matje mochten liggen onder een dekentje kreeg ze er toch wel zin in. Natuurlijk hadden we nog steeds geen yogamatje, maar van de juf mocht je ook op een matrasje liggen. Het vrouwtje dacht dat in bed dan ook wel mocht…

Het vrouwtje lag op haar rug en probeerde de aarde te voelen. Dat viel nog niet mee door de dikke matras 🙂 . De juf gaf allemaal instructies, die we met gesloten ogen opvolgden. In gedachten dan, want we moesten zo stil mogelijk blijven liggen. Af en toe hoorde ik het vrouwtje gapen.

Nadat we hadden gedacht aan onze rug, buik, knieën, oren, besneeuwde bergen en velden vol zonnebloemen mochten we voorzichtig overeind komen. Er was drie kwartier voorbij. Met tegenzin stond het vrouwtje op en kroop weer achter de computer. En ik herhaalde in mijn eentje het geleerde. Op mijn rug. Met mijn ogen dicht.

173. Vragen staat vrij

Het werk was klaar. Ik zat op tafel, terwijl het vrouwtje de aardappels stond te schillen bij het aanrecht. Plots zag ik wat bewegen bij de voordeur. Nog voor de bel ging had ik het vrouwtje laten weten dat er iemand voor de deur stond.

We stonden samen in de deuropening. Bij het begin van ons stoepje, op gepaste afstand, stonden twee kinderen. Ik heb er niet zo’n kijk op, maar volgens het vrouwtje waren ze een jaar of vijf, zes. Achter het hegje stonden nog 2 wat grotere meisjes verdekt opgesteld.

“Wat is er aan de hand?” vroeg het vrouwtje. Het vrijpostigste kind, een klein jongetje met blonde haren en rode wangen van de kou vroeg om een snoepje. “Een snoepje? Vraag je nu gewoon om een snoepje?” vroeg het vrouwtje. Het jongetje knikte enthousiast. Het meisje naast hem probeerde het vrouwtje te hypnotiseren met een stralende blik. “Hebben jullie nooit gehoord dat kinderen die vragen worden overgeslagen?” vroeg het vrouwtje nu. Maar nee, daar hadden ze nog nooit van gehoord 🙂 .

“Nou, ik vind jullie heel brutaal”, zei het vrouwtje. Maar stiekem moet mijn vrouwtje wel lachen om ondeugende kindertjes en in de la lag nog een rol mentos. Dus ze streek met haar hand over haar hart en zei dat ze voor deze ene keer een snoepje konden krijgen.

Twee dagen later belde het meisje met de stralende blik aan. Ze had nu een vriendinnetje bij zich, die het woord moest doen. En die was nog minder verlegen dan het jongetje. “Mogen we een snoepje?”, vroeg het meisje zonder enige schroom. “Nee”, zei mijn vrouwtje nu. “Ik heb van de week al gezegd dat jullie voor één keer een snoepje konden krijgen. En daarna niet meer. Ga maar ergens anders vragen”. Teleurgesteld dropen de meisjes af.

Ik zat bij het vrouwtje op haar arm en bemoeide me nergens mee. Maar een beetje zielig vond ik het wel. Ze pakten het namelijk helemaal verkeerd aan. Je moet het veel subtieler aanpakken. Niet aanbellen en vragen om snoepjes. Niet lekker blaffen bij de keukenla als je ergens zin in hebt. En niet nog veel harder gaan blaffen als je het niet krijgt. Van mijn luidruchtige manier van aandacht trekken raken ze alleen maar heel geïrriteerd. En dan kun je je snack wel vergeten. Je moet het onopvallend vragen. Het liefst zonder geluid en als je perse wat wil zeggen, met een heel lief piepgeluidje.

In het nachtkastje van mijn vrouwtje staat een potje met heerlijke snoepjes. Volgens mijn vrouwtje zijn het brokjes, maar dat bestaat niet, want ze zijn veel lekkerder dan de brokjes beneden. Ik krijg ze meestal op zaterdagochtend, als we met z’n allen uitslapen en ik op een gegeven moment een beetje honger krijg. Ik heb dan ontbijt op bed en zij kunnen nog even blijven liggen. In het begin blafte ik als ik de uitslaapsnoepjes wilde, maar dat werkt dus averechts. Nu leg ik al jaren heel lief mijn pootje op het vrouwtjes arm of hand en dan gaat haar vuist open en valt er een snoepje uit. Net zo lang tot ik verzadigd ben.

Ik heb, met een beetje hulp van het vrouwtje, ontdekt dat het ook zo werkt als je groente wilt. Het vrouwtje staat bij het aanrecht de groente te snijden en ik leg op mijn allerliefst mijn poot op haar voet. Geheid dat ik dan een stukje broccoli- of bloemkoolstronk krijg.

Ach, het is allemaal zo makkelijk, je moet alleen even weten hóe je het moet vragen…

► Klik hier als je geen filmpje ziet ◄

172. Vliegende zwerver

Deze week geen weblog van mij. Ik ben weggewaaid…

Ik was al een paar dagen onrustig. Ik had er eigenlijk geen verklaring voor; ik voelde het alleen maar. Een niet te negeren onrust in mijn bloed. Oprispingen in mijn hoofd. Mijn spieren op spanning. Mijn oren op scherp.

Ik kreeg een paar keer een behoorlijke uitbrander. Ik dacht dat ik een potje kon breken bij het vrouwtje, maar als ik meerdere keren per dag met overslaande stem door haar telefoongesprekken zit te gillen en luidkeels aansla bij het minste geluid van buiten, dan raakt haar geduld blijkbaar toch op. Ik moest in de bench, met het deurtje dicht, terwijl zij weer achter de computer kroop. Maar als je energie niet weg kan, dan bouwt het zich op als de druk van kokend water in een fluitketel. Ik had het gevoel dat ik zou ontploffen. Toen ik ook nog hapte naar het vrouwtje toen ze een gegapt rolletje pepermunt in beslag wilde nemen keek ze me de hele middag niet meer aan. We hadden dus niet zo’n gezellige thuiswerkweek…

En toen begon het te waaien. Ik voelde de spanning uit mijn lijf vloeien. We liepen buiten en de wind ruiste door mijn haren. Mijn oren leken van mijn hoofd te waaien en niet veel later had de wind de lijn van mijn riem te pakken. Toen we in een tochtgat tussen de huizen liepen dacht ik even dat ik de lucht in zou gaan.

Gek genoeg voelde het niet eng. Het voelde vrij. Ik fantaseerde hoe het zou zijn als ik als door de lucht zou dansen, net als de reclamefolders die ‘ s morgens ontsnapt waren uit de kliko’s die op straat met klapperende deksels stonden te wachten op de papiervuilnisman. Ik stelde me voor hoe ik hoog boven alle mensen en bomen en huizen zou zweven op de wind. Geen gemene honden op je pad. Weids uitzicht waar je maar kijkt. Heerlijk leek het me.

Maar mijn baasjes zijn veel te zwaar om door de lucht te vliegen, dus eenzaam zou mijn vliegreis wel zijn. En vrijheid is wel fijn, maar wat heb je er aan als je altijd alleen bent. Alleen met de vogels, wier taal ik niet versta. Alleen met de wolken, waar je niet op kunt uitrusten. Alleen met de wind die je alsmaar maar voort blaast. Een zwerver zou ik zijn. Een vliegende zwerver.

Maar gelukkig. Ik waaide toch niet weg…

171. Adoptie

Eind vorig jaar stond er een oproep in het plaatselijke krantje. Er werden adoptanten gezocht. Mijn baasje had er wel oren naar.

Goed beschouwd ben ik ook geadopteerd. Mijn baasjes zijn dus eigenlijk al een soort adoptieouders. Maar de ambitie van mijn baasje reikte verder. En zo werd hij containeradoptant…

De gemeente hoopt dat de bende bij de ondergrondse vuilcontainers afneemt als bewoners een container adopteren. Vooral de glascontainer is berucht. Elk weekend liggen er weer tientallen glasscherven naast de glasbak en naast de plasticcontainer staan vaak meubels en allerlei glas dat niet in de glasbak paste. Tot het voor de fun kapot geslagen wordt door een toevallige voorbijganger.

Mijn baasje is heel gemotiveerd. Hij heeft namelijk meteen 4 containers geadopteerd. Een glas-, papier-, plastic-, en restafvalcontainer. Voortaan houdt mijn baasje de containers en het straatje rond de containers bezemschoon, duwt vastzittend afval verder de container in en maakt melding bij de gemeente wanneer het zoveelste afgedankte bankstel naast de container staat.

De Schone Buurt Coach kwam langs om mijn baasje in te wijden in de geheimen van de adoptie. Zonder hulpmiddelen is een adoptant natuurlijk nergens. Dus kreeg hij containersleutel, een afvalgrijper, werkhandschoenen, een bezem, een stoffer en blik en niet te vergeten werkkleding!

De coach was amper weg of het baasje hees zich al in zijn tenue om aan de slag te gaan. Gewapend met een emmer, stoffer en blik toog het baasje naar zijn ‘adoptiekindjes’. De liefde is nog niet geheel wederzijds, want ze deden hun klep niet open tegen hem, maar zoiets heeft tijd nodig. Bij mij duurde het ook even voor ik gewend was aan mijn geadopteerde bestaan 🙂

Deze eerste keer gingen wij uiteraard mee. Normaal mag ik niet te dicht bij de containers komen. Allereerst vanwege het glas, maar mijn vrouwtje vindt het ook asociaal om tegen containers te plassen. En ik heb mezelf niet altijd even goed in bedwang, als ik ruik dat anderen het wel mochten. Het baasje ging ijverig aan de slag en mijn vrouwtje legde dit vast op de gevoelige plaat.

Op de containers zit een grote sticker, zodat iedereen weet dat de container is geadopteerd. Helaas wilde het baasje er niet op met zijn naam en foto, al had dat wel gemogen. Hij zag het echter niet zitten. Voor je het weet ben je een ABC’er: een Alphense Bekende Containeradoptant. En als je niet uitkijkt vragen ze je straks alle containers uit de wijk te adopteren.

Ik ben natuurlijk vreselijk trots op mijn baasje in zijn blauwe pakje. Maar ik ben ook een beetje op mijn hoede. Het vrouwtje is namelijk baas van de poepzakjes in ons parkje en het baasje nu van de containers bij de brievenbus. Straks denkt iemand nog dat ik ook wel een vrijwilligerstaak op mij kan nemen. Maar daar heb ik het echt veel te druk voor!

170. Een grensgeval

De temperatuur bleef maar stijgen. In Limburg zou afgelopen zaterdag zelfs bijna de 20 graden aangeraakt worden. Het was verleidelijk om erheen te rijden, alleen… wat konden we er gaan doen? Alles wat een beetje leuk is, is dicht. Maar het vrouwtje had wel een idee. Ze was een beetje overmoedig geworden door onze eerste helft van de Pieterpadetappe die we op haar verjaardag zonder noemenswaardige problemen en binnen de tijd (de avondklok 🙂 ) hadden afgerond. De tweede helft zou ook vast zo gaan.

Eerst brachten we de fietsen op het eindpunt in Sittard. Het was even zoeken naar een geschikte plek, maar gelukkig vonden we om de hoek van de Markt een omheinde fietsenstalling die tot half zes open was. Met een lege fietsendrager reden we vervolgens naar ons zelf benoemde startpunt in Heide, een kilometer of 12 terug. Al snel vonden we de wandelpadmarkeringen en met het Pieterpadboekje in de hand togen wij noordwaarts. Wat eigenlijk een beetje gek was, want Sittard ligt dichter bij Maastricht dan Heide. Maar daar stonden we verder niet bij stil.

We stonden pas stil toen we al 2,5 kilometer gelopen hadden en opeens op magische wijze bij ons eindpunt van de vorige keer stonden. Dat heb je ervan als je stiekem een stukje wilt afsnijden, dan moet je dat stuk voor straf dubbel lopen 😛 . We maakten rechtsomkeert. Toen we weer bij de auto stonden was er al ruim een uur voorbij en we waren nog geen stap opgeschoten…

We hadden nog precies drie uur om de fiets op te halen uit de fietsenstalling. Het was haalbaar. Maar dan mocht het vrouwtje geen enkele foto meer maken en ik nergens meer plassen. En wat als we onverhoopt toch vijf minuten te laat zouden zijn, hoe kregen we dan onze fietsen uit de fietsenstalling? Het vrouwtje kwam het eerst bij zinnen. Het baasje volgde zonder morren. Alleen ik was een beetje teleurgesteld.

We reden terug richting Sittard. Langs de weg stond een bordje naar de Westzipfel. We volgden de wegwijzer, stapten uit en wandelden over een vlonderpad naar het meest westelijke puntje van Duitsland, pal boven een zacht stromend beekje. In 1949 werd dit gebied door Nederland geannexeerd als goedmaker voor de geleden oorlogsschade, maar in 1963 toch weer teruggegeven aan de Duitsers. Al is gegeven niet helemaal het juiste woord; Duitsland moest miljoenen betalen om het grondgebied weer terug te krijgen. En echt Duits werd het ook niet meer, want al die Hollanders bleven er gewoon wonen 🙂

Aan het eind van het vlonderpad staat een bankje, precies op de grens. Het vrouwtje ging met haar rug tegen de bank in Duitsland zitten, het baasje op het bankje, met zijn billen in Nederland en zijn voeten in Duitsland. en ik wisselde het een beetje af. Er was hier niemand en het zonnetje scheen aangenaam. We lasten even een vakantiemomentje in, met een drankje en een koekje uit de rugtas van mijn vrouwtje. En van zo’n onverwachtse buitenlandse vakantie moet je natuurlijk dubbel genieten. Ik vraag me alleen wel af: moeten we nu wel of niet 10 dagen in quarantaine? 🙂

169. Feestmutsen

Dat is nu zo fijn aan het Hollandse weer. De ene week bevriest je kop als je buiten loopt in de sneeuw en de week erop krabbelt de temperatuur weer op en voorspellen de weermannen zelfs lente.

Het kwam in elk geval goed uit, want het vrouwtje wilde met ons gaan wandelen om haar verouderingsproces met ons te vieren. Visite mocht er toch niet komen van de minister-president, dus niemand zou ons missen als we er een dagje tussen uit knepen.

Na een ritje van 2 uur kwamen we in Limburg aan. We parkeerden de auto en haalden de fietsen van de fietsendrager. Toen moesten nog de wandelschoenen aan, de rugtassen voor de laatste keer worden gecheckt of we echt alles mee hadden en het hondje in de fietstas. Het hondje ben ik, even voor de duidelijkheid 🙂 . Op korte ritjes nemen mijn baasjes nooit de fietskrat mee, maar ga ik in de fietstas van het baasje. Voor een klein stukje vind ik dat ook niet erg, als ik het vrouwtje maar kan zien.

Nadat er broodjes waren gehaald bij de plaatselijke supermarkt in Montfort zetten wij eindelijk de eerste schreden van dit jaar op het Pieterpad, het wandelpad waar maar geen eind aan komt. Mijn baasjes zijn al vier jaar aan het wandelen, maar het eind is voorlopig nog niet in zicht. Het is een heel gereis en geregel (zeker nu in coronatijd) voor je eenmaal een etappe kunt gaan lopen en daar heeft vooral het baasje niet altijd zin in. Op het Pieterpad loop je namelijk altijd van A naar B en je moet maar weer zien hoe je weer bij de auto in A komt 😛 . Maar als mijn vrouwtje dit voor haar verjaardag wil hebben, dan kan het baasje natuurlijk niet weigeren.

Het was een fijne wandeling. Het weer was niet te koud en niet te warm, de route afwisselend. Flinke stukken door het bos en langs velden vol aspergebedden die afgedekt op de lente lagen te wachten. Ondertussen piepte de telefoon van mijn vrouwtje de hele middag met felicitaties van bekenden. Het gaf toch een beetje sjeu aan haar coronaverjaardag.

Wat ook sjeu gaf waren onze feestmutsen. Er waren gelukkig niet al te veel wandelaars op het Pieterpad. Die er wel waren staarden ons aan en liepen hoofdschuddend voorbij, terwijl wij genoten van cake en kluifjes op een stil plekje in het bos. Je moet er van houden natuurlijk, maar ik vind het heerlijk om er op deze manier uit te zijn. Op de bank liggen kan ik al vaak genoeg.

Op weg naar huis trakteerde de jarige ergens op patatjes met wat lekkers en daarna moesten we nog haasten om voor de avondklok weer binnen te zijn. Zou toch jammer zijn als zo’n voordelige verjaardag dan toch nog duur werd 🙂

168. Met je kop in de …

Ik vond de verhouding meteen al scheef. Mijn baasje deed afgelopen zondag voor de plasronde behalve zijn winterjas ook nog bergschoenen aan, een sjaal om, twee capuchons op, een regenbroek en wanten aan. Ik was in mijn blootje, zoals altijd.

De deur ging open. Ik zakte tot voorbij mijn enkels weg in een witte, koude massa. Ik had de avond daarvoor natuurlijk wel gezien dat het sneeuwde, maar toen stelde het nog weinig voor. Na een nachtje winterse neerslag lag het echter centimetersdik op de grond en het eind was nog niet in zicht.

Af en toe stoven er witte sneeuwwolken voorbij en zag ik bijna niets meer. Maar gelukkig heb ik altijd mijn neus nog. Ik rook feilloos waar we waren. Sneeuw zelf ruikt namelijk bijna nergens naar, dus daar ruik ik oude plasjes probleemloos doorheen. Voor verse plasjes had ik mijn neus niet nodig, zelfs mijn baasje zag ze liggen (don’t eat the yellow snow 🙂 )

Er stond een snijdende wind, dus we bleven zo kort mogelijk buiten. Desondanks was mijn gezicht bevroren toen we weer thuis kwamen.

De hele dag bleef het sneeuwen. Buiten zag ik ondanks de lage temperaturen kinderen auto’s leeghalen, vaders met sneeuwscheppen lopen. Moeders stonden foto’s te maken van het geheel. Wij zaten lekker binnen met de thermostaat op 21 (warme truiendag is weer voorbij 🙂 ).

Maandagochtend was ik al vroeg wakker. Ik had het koud. Ik ging zo dicht mogelijk tegen mijn baasjes aan liggen, maar echt warm werd ik niet meer. Mijn vrouwtje werd wakker omdat ze me door de deken heen voelde rillen. Ze probeerde me warm te wrijven, maar dat hielp niet. We gingen dus uit bed.

Terwijl mijn vrouwtje zich aankleedde voelde ik me draaierig worden. Ik rende snel naar een kamer met tapijt op de vloer en gaf twee keer over. Leeg en een beetje wankel liet ik me naar beneden dragen waar meteen de verwarming werd aangezet.

Ik besloot zelf om een dagje te vasten. Het vrouwtje besloot om mijn nieuwe vestje van oma tevoorschijn te halen, dat ik van de zomer al kreeg om de blits mee te maken op de fiets in Frankrijk (waar het veel te heet was voor een vestje, wat ik me overigens nu niet meer voor kan stellen, dat het buiten te heet zou zijn voor wat dan ook 🙂 ) .

Het hielp allebei. Mijn koutje ging over. Ik kon weer genieten van de sneeuw. Eigenlijk is het net zand, alleen wat kouder aan je poten. Maar je kunt er net zo lekker in graven en bouwwerken mee bouwen. Zolang het vriest zijn de kastelen van sneeuw zelfs steviger dan zandkastelen.

De fietsmevrouw stuurde ons een oproep door uit de plaatselijke krant. Ze wilden op de redactie wel eens weten hoe huisdieren deze kou trotseren. En zo stond ik dus ook nog met mijn kop in de krant deze week, tussen een paar andere koukleumers uit de regio. Ik werd meteen herkend door een collega van mijn vrouwtje. Omdat ik altijd door het beeld schuif als er een Teamsvergadering of gezamenlijke thuislunch is 🙂 . Als hond met een eigen weblog moet je natuurlijk wel een beetje aan je imago blijven werken…