43. NOP

Het was een spannende rit, zo in het duister. Hoog in de lucht zag ik kleine rode lampjes aan en uit floepen. Daar nog weer boven flikkerden kleine gele lichtjes. In de auto gaf alleen het navigatiesysteem licht.

We waren op weg naar de Noordoostpolder. Langs het IJsselmeer stonden grote windmolens met de rode knipperlichtjes in een lange rij opgesteld. Hoog in de lucht flonkerden de sterren. Af en toe een vliegtuig.

Ergens midden in de zwarte duisternis stopten we en gingen een blauw verlicht gebouw binnen. We kochten er voor een klein bedrag een zwart boekje. Dit boekje zou ons de weg wijzen door de donkere nacht…

42. NOP1

Met het kleine lampje boven de achteruitkijkspiegel aan navigeerde het vrouwtje ons door de polder. Het was pas 18.00 uur, maar het voelde veel later. Buiten zag het eruit of het nooit meer licht zou worden.

Maar gelukkig, langs de route die wij reden stonden wel 80 boerderijen of aanverwante bedrijven die verlicht waren. Sommigen hielden open huis. Dus we bezochten het aardappelveredelingsbedrijf Agrico Research, waar ze vooral heel veel aardappelen weggooien 🙂 . Alleen de allerbeste blijven over en mogen zich doorontwikkelen tot een nieuw ras.

Bij de boerderij waar ze kalfjes vetmesten voor de slacht bleef ik wachten in de auto. Mijn baasjes kregen van de wat verlegen boerenzoon een rondleiding door de ruime stallen met kalveren van 4 maanden oud. Schattig om te zien, en blijkbaar ook heerlijk om op te eten, want ze hadden er wel 2.000!

42. NOP2

Echt druk werd het pas bij Bas Crebas. Hier houden ze snelle paarden die worden getraind voor wedstrijden waarbij veel geld verdiend kan worden als je van te voren goed raadt welk paard het snelste is. De rondleiding moest zelfs ingekort worden omdat er alweer nieuwe belangstellenden waren, die nergens meer konden parkeren 🙂

De Kringloopwinkel in Lemmer was helaas dicht. De snackbar gelukkig niet. We weken heel eventjes van de route af om wat te eten. Daarna kostte het uiteraard veel moeite om weer op de route te komen 🙂 . Gelukkig voor het baasje vonden we net op tijd de weg terug en konden we nog een gemaal (Gemaal Buma) bezoeken. Toen was het 22.00 uur en ging langzaam het licht uit in de polder 🙂

We reden de lange weg weer terug naar huis en kropen voldaan in bed. Toch zal ik blij zijn als mijn vrouwtje weer wat beter kan lopen, dan gaan we tenminste weer wandelen. Bij daglicht 🙂

42. NOP3

► Ook geïnteresseerd in de Verlichte Boerderijenroute? Ook dit weekend kun je de route nog rijden. Voor meer informatie: check de website www.lichtroutenoordoostpolder.nl 

 

 

Advertenties

42. Het Sinterklaascadeau

Inmiddels heb ik al drievleesrepen achter de kiezen. Mijn vrouwtje is veel gevoeliger voor een smekende blik van een knappe gozer dan mijn baasje 🙂 . En ze waren heerlijk. Een geweldig cadeau van mijn Sinterklaas.

Mijn cadeau viel ook in de smaak bij mijn lootje (lees hier). Ik kon me ook niet voorstellen dat dat niet zo was, want ik was er zelf ook helemaal weg van 🙂  Ik wilde het piepbeest meteen thuis uitproberen. Maar volgens het vrouwtje heb ik genoeg andere dingen om mee te spelen en is het niet leuk om een gebruikt of zelfs gesloopt (best aannemelijk 🙂 ) cadeautje op te sturen als Sinterklaasgeschenk. “Stuur het dan maar meteen op”,  zei ik een beetje verontwaardigd. Maar dat kon niet, want het vrouwtje was nog druk bezig met de rest van het cadeau.

Ver voor mijn tijd deed Joepie voor het eerst mee met Snuffeltsinterklaas. En hij trok: Randy, één van de Relratten, die er helaas ook al niet meer is. En nu deed ik voor de eerste keer mee en trok Pommetje, de laatste Relrat. Dat kan ik nu wel zeggen, want de baasmam van Pommetje had meteen door dat ik het was toen mijn cadeau uit het pakje kwam.

IMG-20181127-WA0001

In elk geval kwam die eerste keer het pakje niet aan, en moest Sint Joepie in allerijl een ander cadeau opsturen. Het vrouwtje vertrouwt de postmannen in Tilburg sindsdien niet meer zo… Dus koos ze voor een echt pakketje. En toen kon er ook nog een cadeautje voor baasmam bij. Kerstballen, handgebreid, in de favoriete kleur van baasmam.

Eindelijk waren ze klaar en konden we alles in gaan pakken. Natuurlijk hielp ik mee. Ik probeerde toch nog een keer het piepbeest te testen en toen dat niet mocht probeerde ik het inpakken te saboteren. Want als je niet kunt inpakken, kun je het ook niet opsturen… Maar zelfs voor het verscheurde pakpapier had ze een oplossing. Wij hebben namelijk een rol waar we nog wel 30 jaar mee vooruit kunnen….

Klik hier als je geen filmpje ziet.

41. En we zingen en we springen en we zijn zo blij

Eigenlijk vond ik er niks aan, dat SnuffeltSinterklaas. Ik had een leuk cadeautje gekocht voor mijn lootje, mijn vrouwtje had er nog wat extra’s bijgedaan en het baasje had het pakje naar het postpunt gebracht. Maar voor mij kwam er niets. Eén voor één vielen de pakjes bij iedereen door de brievenbus, maar niet bij mij.

Ik stuurde Sinterklaas bedelbrieven. Ik spamde zijn mailbox. Ik klaagde mijn nood in de groep. Maar mijn cadeautje kwam niet. Lizzy en Dolly gingen er achter aan. Sinterklaas werd onder druk gezet 🙂 . En eindelijk… eindelijk viel gisteren dan toch mijn pakje op de mat. Wel een paar dagen te laat, maar gelukkig nog net voor pakjesavond. Iedereen had uiteindelijk zijn pakje en vandaag kregen we het sein: scheuren maar. En mijn trouwe volgers weten, dat is bij mij niet tegen dovemansoren gezegd 🙂

Met de envelop kreeg ik een beetje hulp, maar dat was me vast in mijn eentje ook wel gelukt. Toen ik eenmaal een beginnetje had vlogen de papiersnippers in het rond. Al gauw had ik mijn cadeautje te pakken. Het baasje dacht eerst dat het een vuurwerkrol was, maar ik had allang geroken dat het vleesrepen waren. En die lust niemand hier, dus ik hoefde niet te delen.

Maar voor ik eraan kon beginnen pakte mijn vrouwtje de repen af en ging er op zitten. Ik moest eerst naar een gedicht luisteren. Daar heb ik toch helemaal geen tijd voor? Ik begon te graven op zoek naar de repen, maar het werd me duidelijk dat ik niets zou krijgen voor ik naar dat gedicht had geluisterd. Nou, snel dan maar.

Tergend langzaam las het vrouwtje het gedicht voor. Ik liet niets merken, maar ik schrok wel. Sinterklaas weet echt alles van mij! Hij weet waar ik slaap, waar ik heen ga, hoe ik plas (!) en wat ik uitvreet. Maar gelukkig was Sint niet boos. Hij wil zelfs met me wandelen! Het baasje dacht in Spanje, maar mijn vrouwtje had allang door dat mijn pakje uit Hillegom kwam van mijn vlindervriendje Mr. Harvey 🙂  Dus dat wandelen gaan we zeker doen als het vrouwtje weer normaal kan lopen en de temperaturen weer wat hoger zijn. Wat in het vat zit verzuurt niet. Maar of dat ook voor die vleesrepen geldt weet ik niet. Het baasje deed ze voor de zekerheid wel in mijn zondagse-snacks-blik, maar ik vind dat we geen risico moeten nemen: die repen moeten zo snel mogelijk op, zo waar als ik Scotty heet!

Mijn vrouwtje vond het nodig om het hele gedicht voor te lezen op video. Ik heb nog geprobeerd haar te stoppen, maar het hielp niet. Durf je het desondanks aan, dan kun je hier het filmpje bekijken….

40. Uit logeren

Het was winderig en nat toen we donderdag op reis gingen. Eerst had ik het nog niet in de gaten, en toen ik het wel in de gaten had, geloofde ik het niet. Dit was geen weer om op vakantie te gaan! Maar mijn bench verdween ook in de auto; het moest toch waar zijn. Dus toen ze me riepen voor vertrek kwam ik zonder dralen toegesneld.

Na twee uur rijden stopten we in het Limburgse Meijel om de benen te strekken en een plasje te doen. Bij het bakhuisje naast de molen, waar elk jaar op 3 november echt brood gebakken wordt door het Sint Hubertus gilde, dronken we thee met wat lekkers. Ik vermaakte me ondertussen met de herten, lama’s en geiten achter het hek. Een half jaar geleden zou ik me naar geschrokken zijn, maar nu vond ik het leuk om contact te maken.

40. Bakhuisje Meijel Limburg

Toen de voorraden op waren reden we verder. We gingen de grens met Duitsland over en niet veel later stonden we voor een enorm huis met meer dan 100 kamers. Op het dak stond een grote zwarte vogel net een gele snavel.

We gingen naar binnen. Mijn baasjes liepen rond alsof het heel gewoon was allemaal, maar ik vond het best imponerend. We liepen door lange gangen en stopten toen voor een deur. Het baasje bewoog met een magisch ijzertje over de muur, waarna de deur open ging. We stonden in een luxe slaapkamer met gordijnen waar ik me kon inrollen. Ik sprong op het bed maar viel er meteen weer af, omdat het net iets te hoog was.  Ondertussen haalde het baasje mijn bench en alle overige bagage uit de auto en droeg alles de kamer in. Het zag er meteen een stuk huiselijker uit 🙂
40. Valk Moers.jpg

Nadat we een tijdje ontspannen genikst hadden kregen mijn baasjes trek in eten. Ik was er nog niet aan toe om in deze nieuwe omgeving alleen achter te blijven, dus we stapten met zijn allen in de auto en reden naar een eetgelegenheid één dorpje verderop.

Omdat ik graag blaf en ik dat nog niet helemaal onder controle heb als we ergens zijn, hadden mijn baasjes een hondvriendelijk restaurant uitgezocht. Toen ik net bij ze woonde aten ze buiten als we rond etenstijd te ver van huis waren. Daar mag je in principe gewoon blaffen 🙂 . En op een buitenterras verdragen de andere eters het ook nog wel als je af en toe wat zegt vanaf de vloer. Maar ergens binnen eten, dat hadden ze nog nooit aangedurfd. Maar vandaag ging het gebeuren.

Er stonden precies twee tafels en vier barstoelen met een kussentje erop. Er was geen ruimte om door de zaak te banjeren en toen ik uiteindelijk toch een paar keer blafte  boog de pizzabakker verbaasd over de toonbank. Hij lachte vriendelijk naar me. En ik lachte vriendelijk terug 🙂 . De volgende stap is een echt restaurant. “Ja hoor, Scotty. Eind volgend jaar,” zei het vrouwtje… Net alsof zij toen ze klein was meteen wist hoe je je in een restaurant moet gedragen . Opa en oma durfden dat pas aan toen ze een jaar of twintig was 🙂 .

40. Valk Moers 2

 

 

 

 

39. Sinterklaas en Zwarte Piet

Dit is een heel gevaarlijk verhaal. Niet zozeer wat ik ga vertellen, maar omdat er een zwarte Piet in voorkomt. En zwarte Pieten roepen agressie op tegenwoordig. Hoewel witte Pieten ook weer voor kwade gezichten zorgen. Het is maar net welke kleur Piet je het liefste ziet. Waar kleine mensjes groot in kunnen zijn 🙂

Ik neem geen standpunt in. Wel zo veilig 🙂 . Ik ben van de nieuwe generatie, die niet beter weet of rond het Sinterklaasfeest zijn rellen. Het hoort erbij, zoals een poot geven hoort bij een snackje krijgen. En mijn baasjes zijn te oud om zich op te winden over de kleur van Piet.

Waarom ik er dan toch over begin?

Het schijnt dat ik Sinterklaas ben. Ja, echt!

Lizzy, het vrouwtje van Dolly organiseert elk jaar een Sinterklaasfeestje voor ons huisdieren. Iedereen uit de groep mag meedoen, al maakt niet iedereen daar gebruik van. De regels zijn simpel. Je trekt een lootje en koopt zelf of laat je baasjes een klein cadeautje kopen van het verlanglijstje van je lootje en stuurt dat op. Natuurlijk met een leuk gedicht erbij. En dan krijg je zelf ook een verrassing toegestuurd.

Het vrouwtje vroeg of ik zin had om mee te doen. Nou, ik ben dol op cadeautjes en verrassingen, dus ik zei meteen ja. Afgelopen zaterdag zijn we het cadeautje wezen kopen en het is zo leuk, ik zou het eigenlijk zelf wel willen houden 🙂 .

En zo ben ik dit jaar dus voor het eerst hulpSinterklaas, met een mooie witte baard. Maar met mijn donkere gezichtje kan ik ook zo voor Zwarte Piet doorgaan. Als je echt een zwart gezichtje hebt, dan zal het toch wel mogen, Zwarte Piet zijn? 😛

39. zwarte piet

Note: beledigende of agressieve reacties over Witte & Zwarte Pieten worden verwijderd 🙂 

38. Concurrent

Vandaag kwam ik er opeens achter dat ik niet de enige hond ben hier in huis. Wel nog steeds de luidruchtigste 😀 . Dat wint ook niemand van me, zegt het vrouwtje.

Ik lag boven op de grond te relaxen toen er opeens iets bewoog. Ik keek op en schrok me naar. Het was een enorme hond, zeker twee keer zo groot als ik, als het geen drie keer is. Hij had enorme flaporen en ogen zo groot als walnoten. Voor de zekerheid blafte ik naar hem, terwijl ik ondertussen een paar stappen naar achteren deed.

Het vrouwtje had al die tijd de hond vast gehouden, maar nu liet ze hem los. Hij zakte spontaan door zijn poten. Logisch ook, met zo’n lijf en zo weinig beweging 🙂 . Toch vond ik hem nog steeds eng. Zo met zijn neus op de grond viel zijn enorme achterwerk namelijk heel erg op. Toen ik eraan dacht wat er zou gebeuren als deze hond boven op mij zou gaan zitten, liepen me de rillingen over het lijf.

Het vrouwtje riep me. Ze wilde dat ik zou komen kijken naar de hond. Pas na de 14e keer roepen kwam ik aarzelend dichterbij. Omdat het moest, niet omdat ik het wilde….

Uiteindelijk durfde ik het aan om de hond te besnuffelen. Ik rook dat het een hele oude basset hond was van ongeveer 19 jaar oud, met een zeer jeugdige opslag. Het was de aller-, aller-, allereerste hond van mijn baasjes. En dat ie er nog steeds is, heeft ie te danken aan dat ie van pluche is 🙂

 

37. Er valt heel wat te lachen

Vandaag een jaar geleden werd ik geboren. Ik weet er niets meer van, maar dat hoeft ook niet. Er volgde een enerverend jaar, waarvan ik ook niet alles meer heel precies weet, maar ook dat is niet erg. Het belangrijkste heb ik onthouden. Dat ik nu bij mijn baasjes hoor en dat we gelukkig zijn met zijn drietjes. Genoeg reden voor feest, dacht ik zo.

Opa wist ook dat ik vandaag jarig ben. Dus toen hij gisteren kwam voor de middagplas kreeg ik alvast een cadeautje. En omdat het wel zo leuk was voor opa om te zien wat ik van mijn geschenk vond mocht ik het ook vast openmaken.

Nou, dat hoefde geen twee keer gezegd te worden 🙂 . Ik stortte mij op het pakje en begon aan de gekleurde linten te trekken en te sjorren. Toen ik dat eraf had griste ik het papier open. Even vergat ik waar ik mee bezig was. Het geluid van scheurend papier gaf me al zo’n kick dat ik zin kreeg om al het papier op te eten. Maar na een vermanend woord van mijn vrouwtje was ik weer bij de les. Ik trok het cadeau uit de opengescheurde verpakking.

Leuk, een ding met een plastic lusje eraan. Ik ben dol op plastic! Maar opa zei dat het vrouwtje dat er beter meteen af kon halen. Samen pakten ze mijn cadeautje weer af en knipten het lusje en de streepjescode eraf. Het wasvoorschrift sabbelde ik er ’s middags zelf af 🙂 .

Ik keek nog eens goed wat het was. Het was een geel ding met een vrolijk gezichtje erop. Ik zat er net lekker op te knabbelen toen er opeens geluid uit kwam. Het vrolijke gezichtje zat mij uit te lachen!!!

Dat liet ik mij natuurlijk niet gebeuren. Ik pakte het gezicht en schudde het alle kanten op. “Stil. Ik laat me niet uitlachen!” Het gezichtje stopte uiteindelijk met lachen. Opa en het vrouwtje niet. Die vonden het heel grappig. Want het gezichtje lachte mij juist toe. En ja, toen vond ik het echt een super cadeau.

Opa (en oma), heel hartelijk bedankt voor mijn leuke cadeau. Als ik zakgeld gehad zou hebben zou ik jullie trakteren op wat lekkers…. 😛

Klik hier als je geen filmpje ziet.

36. Op de bank

We zitten nu al weken op de bank, het vrouwtje en ik. Aan de ene kant is het saai, zeker als je nog geen jaar oud bent en het liefst de hele dag actief bent, maar aan de andere kant is het ook knus. We wisselen het zitten af met liggen en dan kruipen we heel dicht tegen elkaar aan. Het zijn de beste momenten van de dag…

20181007_202123[1]

Die rust is goed geweest voor mijn vrouwtje want toen deze week het gips eraf mocht, was loopgips niet meer nodig. Met een kaal been vol velletjes en littekens mocht ze naar huis. Ermee lopen kan ze nog steeds niet en ik mag er nu ook niet meer op staan, maar dat is een kwestie van tijd. De dokters denken dat het allemaal weer helemaal goed komt, als we maar geduld hebben.

Dus zitten we nog steeds op de bank, lopen af en toe een rondje door het huis en dan gaat snel het been weer omhoog. Ik geniet er nog maar even van. Voor je het weet is het voorbij…

WIN_20181030_10_40_29_Pro

 

 

35. Rollen maar

Inmiddels zijn we al weer een paar weken op het honk. Het vrouwtje heeft ondertussen Nederlands gips gekregen. Het baasje vertrekt ’s morgens weer naar zijn werk, maar het vrouwtje is tot nog toe thuis. Het is teveel gedoe om op het werk te komen en daar de enkel de rust te geven die nodig is. Collega’s hebben haar een laptop gebracht, zodat ze zich toch nog nuttig kan maken. En tussendoor spelen we met de bal.

Die bal kom ik brengen tot op de bank. Als ik hem willekeurig ergens neerleg, wat ik voor de vakantie ook wel deed, dan pakt ze hem gewoon niet, hoe hard ik ook blaf. Zelfs niet als ik hem dan een zetje geef met mijn neus. Blijkbaar kan ze echt niet staan op dat rode been 🙂 .

We vermaken ons wel samen. Maar toen tante Renate op een middag voorstelde om even met haar mee te gaan naar Intratuin waren we allebei meteen enthousiast. Het vrouwtje strompelde met de krukken naar de voordeur terwijl tante Renate de auto bijna onze gang inreed. Bij het tuincentrum ging het makkelijker, daar waren rolstoelen.

Ik wachtte met het vrouwtje op de parkeerplaats tot tante Renate een rolstoel had gehaald. De rolstoel reed best wel zwaar. Maar gelukkig stonden er binnen nog 10 andere. Het vrouwtje, die de krukken in de auto had gelaten, hees zich op aan de winkelwagens en liet zich vallen in de volgende rolstoel. Tante Renate kon duwen wat ze wilde, maar met een lekke band kom je niet ver 😀 . Ze ging weer een andere uitzoeken, terwijl ze het vrouwtje in de lekke rolstoel achterliet en mij in de stroeve.

35. Intratuin Scotty rolstoel

Ondertussen begonnen klanten zich met ons te bemoeien. Samen met een mijnheer zocht tante Renate de beste rolstoel uit, waarna het vrouwtje zich nog één keer ophees en weer liet vallen. Ik deed ongeveer hetzelfde 🙂 . Nu ik erover nadenk: best bijzonder dat het personeel niet kwam vragen wat we aan het doen waren, want we stonden pal voor het oog van een beveiligingscamera en het duurde best wel lang allemaal 🙂

35. Intratuin rolstoelen

Het was mijn eerste uitje in lange tijd, want wandelen doen we voorlopig niet. Met het baasje onderneem ik ook niets, die heeft het veel te druk met zijn nieuwe taak van huisman 🙂 .

Het was niet echt spectaculair allemaal, wat dat betreft ben ik de afgelopen weken wel verwend, maar aan de andere kant komen daar toch alleen maar ongelukken van, dus het is wel goed dat we weer thuis zijn. En we zagen toch nog wel leuke dingen. Op de dierenafdeling stond een picknicktafel met gratis snacks. Dus daar stopten we even 🙂 . En ook bij de decoraties vonden de zussen weer iets nieuws: scrabble, maar dan megagroot.

35. Intratuin scrabble

Er is trouwens ook nog een foto van tante Renate met een tekst, maar die kwam niet door de censuur… 😛

 

34. Naar huis

Het vrouwtje bleef de rest van de week in het ziekenhuis. Elke middag moest ik in de bench, omdat het baasje op bezoek ging bij het vrouwtje.

Als het baasje bij mij was belde hij met 100 instanties. Het vrouwtje kon namelijk niet zomaar mee naar huis, daar was de rit een beetje te lang voor. Op onze laatste vakantiedag was nog steeds niet alles rond. Dus we bleven nog wat langer in het vakantiehuis.

Die zaterdagmiddag ging het baasje weer naar het ziekenhuis. Toen hij terugkwam was het vrouwtje bij hem, met twee stevige wandelstokken. Die had ze beter tijdens onze wandeling kunnen hebben!

Op dinsdagochtend, toen het gras nog niet eens ontdooid was, stonden er opeens drie vreemde mannen in ons appartement. Ze kwamen het  vrouwtje ophalen. Op een brancard, onder een dekentje, voor extra dramatisch effect :-D, schoven ze haar de ambulance in. We mochten nog even afscheid nemen en moesten toen snel aan de slag. Het baasje propte de auto vol met onze bagage en natuurlijk mijn bench en toen vertrokken ook wij.

ambu01

Aan het eind van de middag stopten we in Speyer. Omdat het baasje nu de hele weg alleen naar huis moest rijden had het vrouwtje een hotel voor ons uitgezocht. Alle hotels in de wijde omtrek waren vol, alleen hier was nog plek. We zagen al gauw waarom…

Bij de incheckbalie zat een dikke teckel. Hij liet zijn tanden zien en zei venijnig dat hij hier de baas was, dus dat ik me niets moest verbeelden. Dat liet ik me dus niet gezeggen! Ik zette mijn machtige wapen in 🙂 . De teckel probeerde er overheen te gaan, maar ik won met gemak. De hotelbaas zei tegen het baasje dat ik mijn waffel moest houden en dat we anders eigenlijk niet welkom waren.

We gingen samen uit eten in de meest troosteloze pizzeria van de stad. Daarna keerden we terug naar onze al net zo sfeervolle kamer. Het baasje haalde de bench uit de auto, want er lag een hoop viezigheid onder het bed en ik ben niet gauw ergens vies van 😛 .

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Het ontbijt sloegen we over. Het baasje wilde zo snel mogelijk weg van deze vreselijke plek.

We reden lekker door en halverwege de middag waren we weer thuis waar het vrouwtje al op de bank lag met haar been omhoog. Ik sprong meteen bovenop haar been, maar daar voelde ze niks van, wat het gips was hard als beton 🙂 . Het baasje trok zich terug voor een tukje. Alles was weer gewoon. Nou ja, voor het oog dan… 😀

 

33. Expeditie Brekebeen

“Mijn been, mijn been”, kermde het vrouwtje. Ze lag languit op de grond en huilde van pijn.

Nadat het baasje vergeefs het vrouwtje had overgehaald  om weer op te staan belde hij 112. In moeizaam Duits en Engels werd duidelijk dat we niet wisten waar we waren. 4,5 km van de start, meer niet.  Gelukkig wist het baasje wel op 100 meter nauwkeurig hoe hoog we zaten dankzij een hoogtemeter in zijn geavanceerde horloge.

Het begon steeds harder te regenen. Het vrouwtje  wurmde een gevoerde plastic zak onder haar lijf, het baasje dekte haar benen toe met een opengeknipte plastic zak terwijl ze haar bovenlijf droog hield met een opvouwbaar parapluutje. Ik kroop dicht tegen het vrouwtje aan onder de paraplu. Het baasje ging verder in de enige poncho die we hadden om de hulpdiensten de weg te wijzen naar ons toe.

Een uur later rook ik een hond. Ik dook onder de plu uit en stond oog in oog met een zwarte reddingshond. Maar dat wist ik toen nog niet. Ik schreeuwde zo hard ik kon om mijn vrouwtje te beschermen tegen dat monster.

Een paar minuten later stonden er acht stoere mannen om ons heen in rode jacks. Ze namen meteen de leiding. Ik werd  5 meter voor het vrouwtje aan een boom gebonden en de reddingshond 5 meter achter het vrouwtje.  We bleven elkaar nog een tijdje bedreigen tot ik zag dat de mannen aan mijn vrouwtje zaten….

Ze pakten haar als een barbecue pakketje in aluminiumfolie en gaven haar hete thee. Daarna kwam het baasje de berg weer op geklommen. De verzekering wilde dat we op de goedkoopste manier  het bos zouden verlaten. Dat was helaas niet met de helikopter 🙂 .  Dus wachtten we met zijn allen tot de rest van de bergreddingsdienst met een soort brancard op wieltjes de berg opgeklommen was. Het vrouwtje werd in een hele grote weekendtas getild. Haar been lag klem in een opgeblazen spalk zodat het minder zeer deed.

Met z’n allen sjouwden ze het vrouwtje op de kar en ritsten de tas tot haar gezicht  dicht. Ik zat ook in een zak. Een hondenwandelrugzak bij het baasje op zijn rug. Met 2 wandelstokken en ondersteuning van de enige reddingsdame uit het gezelschap volgden wij het vrouwtje.

De regen was opgehouden, maar het was inmiddels donker geworden. Met lampjes op hun hoofden liepen de stoere mannen  in een straf tempo voorop, ondertussen de kar met ons vrouwtje duwend, trekkend en corrigerend over de boomstronken en keien van het nauwelijks aanwezige pad. Het vrouwtje lag relaxed in de tas en moedigde de mannen aan  in haar beste Duits.

Eindelijk waren we beneden. Bij het  licht van de maan werden we opgewacht door een ambulance. Omdat we nu heel ergens anders waren uitgekomen stapten  het baasje en ik ook in de ambulance  die ons bij de auto afzette. Daarna reden we net als de ambulance naar het ziekenhuis in Zams.

We zaten heel lang in de hal te wachten tot een dokter ons kwam ophalen. We mochten bij het vrouwtje in de gipskamer komen om even te overleggen en te horen wat er was. Haar enkel was op twee plaatsen gebroken en kon pas de volgende dag gezet worden. Maar dat was prima. Ermee doorlopen kon toch ook niet 😂. Het gesprek in de gipskamer duurde heel lang. Ik wilde uit de tas. Ik blafte dat ik eruit wilde. Oei, dat was niet zo slim….

Maar gelukkig, de gipsdokter was een hondenvriend, zei hij en zette ons er niet meteen uit.  We namen afscheid van het vrouwtje en reden weer naar het vakantiehuis. Het was 23.30 uur toen we daar aankwamen en ik viel meteen in slaap. Wat een dag! We hebben er zelfs het plaatselijke nieuws mee gehaald! (Klik hier).

 

 

32. Hoezo steil?

Het was een beetje bewolkt maar verder was het goed weer voor een wandeling. Het zou misschien nog wat gaan regenen, maar pas aan het einde van de dag. Dus we gingen op pad.

We stopten bij een hokje waar het vrouwtje weer twee kaartjes kocht voor een ‘Bergfahrt’. O nee hè, niet weer in zo’n enge stoeltjeslift! Maar gelukkig, dit was een gondel, zoals ze hier zeggen. Dat is een klein kamertje van glas aan een staaldraadje 🙂 .We stapten alledrie in en de deuren gingen dicht. De gondel vloog omhoog.

Eenmaal boven zochten we het pad naar beneden (mijn baasjes houden niet zo van naar boven lopen, maar wel naar beneden). We kwamen een oud mannetje tegen dat net boven aankwam. Toen hij hoorde waar we heengingen klakte hij met zijn tong. “Dat is een steil pad”, zei hij. Hij was blij dat hij met de gondel naar beneden ging. Even sloeg de twijfel toe. Maar het pad zag er goed uit en het mannetje was oud 🙂 . En wat is nu drie uur lopen? 🙂

Toen teruggaan geen zin meer had (de laatste gondel naar beneden was vertrokken) werd het pad inderdaad wat steiler. Het volgende bordje gaf aan dat we door het bos moesten. Het was een smal pad, met keien en boomstronken. En steil. Mijn baasjes hadden grote moeite mij bij te houden 😂.

Maar het was wel een mooie route. Af en toe vloog een vogel voorbij. Verder hoorde ik alleen het hijgen van mijn baasjes. Het begon te miezeren, maar op hun bezwete lichamen voelde dat best lekker, zeiden ze. Er werd even wat gedronken en verder gingen we weer.

Ik hoorde wat kraken.

En toen lag het vrouwtje op de grond….

31. Ik ben toch geen koe?

We liepen door Innsbruck. Dat is de hoofdstad van Tirol. Mijn baasjes waren hier al eerder geweest, maar ik nog niet. We wandelden langs de grijsgroene rivier de Inn. We liepen door straatjes met mooie grote huizen en rijkversierde gevels. En we zagen het Gouden Dak; hét symbool van Innsbruck. De zon scheen uitbundig op de 2657 vergulde koperen dakpannen op de erker van een oud huis.

Voor we naar het park gingen bezochten we de souvenirwinkeltjes. Ze hadden allemaal hetzelfde en overal was het even duur. Mijn baasje wil de Innsbruckers aangeven voor verboden prijsafspraken 😂. Ik vond het wel interessant allemaal. Zeker de koekoeksklokken en de knuffelberen die mijn naam zeiden.

Het baasje wilde een kleine koeienbel voor mij kopen. Het vrouwtje vroeg waarom. “Nou, dan hoort iedereen Scotty aankomen”, zei het baasje. Het vrouwtje begon hard te lachen. ” Alsof dat nu niet zo is”, zei ze. De koeienbellen bleven dus in Innsbruck.

Het was tijd om terug te gaan. We liepen maar en liepen maar. Weer langs al die winkeltjes en dure huizen. Steeds herkenden we iets en liepen daar dan heen. Maar de auto vonden we niet. “Vrouwtje, je zakcomputer!” riep ik. Ik haat dat ding maar nu zou hij ons kunnen helpen. Mijn vrouwtje neemt elke stap die we zetten altijd op. Je ziet niet in welke straat je loopt, maar wel waar je begonnen bent en welke kant je opgaat. En zo vonden we na nog een kilometer door onbekende straatjes toch de auto weer terug. We hadden ruim 8 km gelopen, dus mijn dutje op de achterbank was dik verdiend…

30. IJskoud

De rit was niet zo fijn. Het eerste stuk ging nog wel. Ik zag groene weiden met kabbelende beekjes en loslopende schapen. Er reden maar een paar auto’s en af en toe werden we ingehaald door een paar motorfietsen.

Toen passeerden we een slagboom. Vanaf hier ging de weg steil omhoog met voortdurend haakse bochten. Na de ene bocht reden we langs de bergwand, na de andere langs het open ravijn. Het baasje schakelde doorlopend met de versnellingen. Uiteindelijk kwamen we heelhuids boven. We hadden de hoogste autobaan van Europa bereden en stonden nu op ruim 2800m hoogte op een bijna lege parkeerplaats.

We lunchten met onze kont op het warme asfalt. De zon scheen overvloedig. We hadden twee keuzes. Een stukje terug naar beneden en vandaar met de kabelbaan naar de besneeuwde bergtop op 3250m of vanaf hier omhoog lopen. Gelukkig deden we het laatste…

Het was een breed maar brokkelig pad en het kostte mijn baasjes grote inspanning. Ik huppelde zo omhoog, maar ik heb natuurlijk nog jonge benen 😂. Toen we net lekker op gang waren stond er een bordje. Doorgang verboden wegens steenslag. “Er zit niks anders op. We moeten terug”, zei het vrouwtje. Ze had zelf niet in de gaten hoe blij ze klonk 😂.

Vlakbij de auto lag iets vaalwits op het gruis. Toen ik van dichtbij ging kijken zag ik dat er kleine straaltjes water uit kwamen. Ik proefde. Ieks! Dat was koud! Ik ging erop staan, maar gleed weer weg. Mensen, wat is dit? Met het baasje klauterde ik er nog een keertje op. Dit was echt fun. Zomaar een minigletsjer gevonden! Oostenrijk zit echt vol verrassingen!

Klik hier als je geen filmpje ziet

 

29. Vertrouwensband

Deze vakantie werkten we aan onze vertrouwensband, het vrouwtje en ik. Natuurlijk is vertrouwen iets wat moet groeien in de loop der tijd, maar in Oostenrijk waren we erg op elkaar aangewezen en dan ontwikkelt zich dat toch sneller.

Zo maakten we een uitstapje naar Vent, een plaatsje aan het einde van het Ötztal, waar mijn baasjes een appartement hadden gehuurd. Het baasje reed en het vrouwtje gaf voortdurend aanwijzingen in de hoop dat we dan niet van de bergweggetjes zouden vallen. We zouden een beetje gaan rondwandelen daar en dan weer terug. Maar toen zagen ze de vliegende stoelen…..

Het vrouwtje kocht 2 kaartjes en daar gingen we. Het baasje ging eerst op een bankje zitten met zijn rugzak en de wandelstokken. Op het volgende bankje gingen het vrouwtje en ik zitten. Er was plek genoeg naast het vrouwtje, maar ik moest op schoot. Ze trok een beugel over zich heen en nam mij in de houdgreep. Een beetje overdreven vond ik het.

DSC09068

Opeens zag ik dat we boven de grond zweefden. Het baasje op het bankje voor ons hing ook in de lucht, alleen wat hoger dan wij. Maar wij gingen ook steeds hoger. Af en toe kwamen we langs mensen die ook in de lucht hingen, maar die gingen de andere kant op. Sommigen zwaaiden naar mij.

29. Sessellbahn Vent

Het was heel stil in de lucht. Vredig zat ik bij het vrouwtje op schoot terwijl het baasje een foto probeerde te maken van ons. En toen keek ik dus achterom. Mijn hart stond bijna stil! We waren heel erg hoog in de lucht! Ik kon niet eens de auto meer zien staan! Ik wilde gaan verzitten zodat ik dat enge achter mij niet meer zou zien. Het hart van het vrouwtje begon te roffelen. “Nee Scotty, nee! Blijf zitten man!” gilde ze. Maar ik wilde gewoon echt niet meer op schoot. Ze pakte me nog steviger vast tot ik echt niet meer kon bewegen. We waren aan elkaar overgeleverd. We haalden allebei opgelucht adem toen we bijna 600 meter hoger uitstapten.

29. Vent Oetztal

Om me heen zag ik besneeuwde bergtoppen. Het vrouwtje maakte allemaal foto’s voor ons archief en eentje van mij samen met het baasje voor mijn weblog en toen gingen we aan de wandel. Dit was veel leuker dan de kabelbaan. Er waren geen bomen hier, maar wel overal watertjes waar ik af en toe wat van dronk. Dat moesten we thuis hebben!

29. Panoramaweg Vent

 

Toen mijn baasje een paar dagen later toe was aan een rustdag, maar ik borrelde van de energie, ging ik alleen met het vrouwtje wandelen. We spraken met het baasje af dat we ‘onze’ berg zouden aflopen en dat hij ons beneden in Umhausen op zou halen met de auto.

Het eerste stuk was echt super. Overal was gras, ook op de bergwanden om ons heen. Ik wist van vreugde niet of ik nu liever links of rechts wilde lopen. Liep ik links, dan zag het er rechts veel groener uit en liep ik rechts dan was het links veel groener. Ik zwalkte heen en weer en het vrouwtje liet me begaan. Alleen bij de koeienvlaaien trok ze me subiet weg 😂.

Na een restaurant gingen we het bos in. Overal om me heen hoorde ik geruis. Het werd steeds luider. Toen zag ik het. De beek waar we de hele weg langs liepen stortte hier meters ver de diepte in. Ernaast was een vreselijk enge ijzeren trap. Zo eentje waarbij je pootjes door het rooster zakken als je heel klein bent.

Ik zag dat het vrouwtje er ook tegen op zag. Maar de wegwijzer was onverbiddelijk: hier moesten we langs als we naar het dorpje in het dal wilden. Ze pakte me op en parkeerde me tegen haar borst met mijn kop op haar schouder. Misschien dat Joepie dat leuk vond, maar ik niet! Ik wilde zo dicht mogelijk bij het vrouwtje zijn. Ik wilde haar zien en voelen. Ze hing haar wandelstok in de kom van haar arm en zette mij bovenop die arm. Mijn riem trok ze als een sjaal langs haar nek waarna ze het handvat stevig vasthield. Met haar vrije hand hield ze de leuning vast.

29. Stuibenfall Umhausen

Het was verschrikkelijk eng, vooral bij de keerpunten. Ik bleef echt zo stil mogelijk zitten, want ik zag hoe diep het was onder ons. Ik zag ook dat er na deze verschrikking nog een kwelling zou komen: een ijzeren hangbrug! Maar er was geen weg terug. Naar beneden was al inspannend genoeg voor het vrouwtje, naar boven zou ze nooit redden 😂.

Moe en bezweet bereikte ze het eind van de hangbrug. We ploften neer op een bankje tot het trillen van haar benen stopte en de kramp uit haar nek verdwenen was. Daarna liepen we over een normaal pad (normaal is hier: steil, maar niet al te smal en half verhard) naar beneden. Op de parkeerplaats belde het vrouwtje vast naar het baasje dat we bijna op de afgesproken plek waren en een half uurtje later waren we weer met elkaar verenigd.

En ik weet nu wel, het vrouwtje laat mij niet vallen, ook al ben ik soms een draak. Toch wel een geruststellende gedachte….

 

 

28. Daar zit een luchtje aan

Ondanks het feit dat ik in de bench moest slapen sliep ik heerlijk tijdens mijn eerste buitenlandse nacht. ’s Morgens moest ik even omschakelen, maar al gauw wist ik weer waar ik was. Met het baasje ging ik voor de plasronde.

Dat gaat hier heel anders dan thuis. Of we gaan na de oprit meteen naar beneden door het gras langs een waterstroompje, of we lopen juist omhoog, langs de koeienschuur en wandelen dan langs het weiland. Beide paden zijn leuk, maar die morgen namen we het pad langs de koeienschuur.

DSC09028

We liepen een heel eind. We kwamen niemand tegen. Nergens stonden auto’s, zoals thuis. En het was stil. Zo stil als ik het thuis nog nooit gehoord heb. Plots rook ik wat. Ik kon de lucht niet thuisbrengen, maar het was onweerstaanbaar. Ik ging wat sneller lopen en bewoog me zo nonchalant mogelijk naar de plek waar de lucht vandaan kwam. Het baasje had niks in de gaten.

Ik twijfelde tussen proeven en voelen. Ik koos voor het laatste. Ik liet me vallen in de bijna zwarte substantie. De lucht werd nu nog veel intenser. Het baasje keek om. “Eruit! Eruit! Viesneus!” Snel rolde ik nog een keer door de drek. Toen trok het baasje mij eruit. Met een vies gezicht keek hij naar mijn zwarte nek. Aan een zeer korte lijn spurtte ik mee naar huis.

 

Het vrouwtje sprong verschrikt opzij toen ze mij zag (en rook, vooral 😂 ). Meteen werd ik de badkamer ingeduwd voordat ik ook maar iets in huis kon aanraken. Samen met het baasje verdween ik in de douchecabine. Dat doen we thuis ook elk weekend, maar dan wordt alleen mijn buik gewassen omdat ik nog niet goed richten kan 😂. Nu kwam ik daar natuurlijk niet mee weg. Ik ging helemaal nat. Het baasje stond te gruwen van zijn klusje: mijn poepnek inzepen… Ik vond er zelf ook niks aan. Maar niemand had medelijden.

DSC09016

Opgefrist en wel kwam ik onder de douche vandaan. Met een handdoek van thuis werd ik afgedroogd en daarna geföhnd. Ik was blij toen het klaar was. Volgens mij zit er geen showhond in mij… Nu verwachten ze dat ook niet van mij, maar over rollen in de koeienstront zijn nu wel harde afspraken gemaakt. Het is onder alle omstandigheden verboden 😁.

DSC09018

27. Oostenrijk

Vrijdag twee weken geleden kwamen er allemaal spullen tevoorschijn die ik nog nooit gezien had. Een grote tas, een rugtas met hondengeur, een tas met tandenborstels en shampoo en nog veel meer. Bovenop de auto zat een grote bak, waar de buggy in ging.

Toen de auto vol zat gingen we naar bed. Ik was nog lang niet uitgeslapen toen we er al weer uit gingen. Er werden nog wat laatste dingen in de auto gepropt en toen vertrokken we. Het zou een lange rit worden, want de bench was mee en dat is nooit op korte stukjes.

Ik zat de hele dag in de bench. Af en toe stopten we om te plassen en te eten. Tussendoor sliep ik. Toen ik weer even wakker was zag ik achter de groene heuvels in de verte iets groots en grijzigs. Vragend keek ik naar mijn baasjes. “Dat zijn bergen Scotty en hoe dichterbij je komt, hoe groter ze worden”.

Anderhalf uur later waren we eindelijk ergens. Eerst liep ik een plasronde met het vrouwtje terwijl het baasje de auto leeghaalde. Toen alle spullen waren opgeruimd waren ze mij kwijt.

Ik was op verkenning geweest in mijn nieuwe huis. Er was van alles om te ontdekken en uit te proberen. Ik voelde me meteen thuis. Op de nachtkastjes vond ik Tiroler Zirbensackerl. Het waren stoffen zakjes met een heerlijke steendennengeur. Ik moest het gewoon even openmaken. Toen het vrouwtje in het schemerdonker binnenkwam en mij op het bed zag liggen omringd door dennenzaagsel dacht ze meteen het ergste. Maar ik zou echt nooit een matras openkrabben en de vulling eruit halen. Nee… dat zou ik nooit doen toch? Nee hoor. Dat soort dingen doe ik niet 😂 .

Het baasje stopte het meeste zaagsel weer in het toverzakje en ging toen op zoek naar een stofzuiger. Het vrouwtje borg de andere zakjes veilig op. Net als alle andere losse spullen op Scotty-rekt-zich-uit-hoogte.

We liepen nog een kort plasrondje door het diepe duister met duizenden sterren boven ons. Daarna gingen we naar bed. Om de een of andere onduidelijke reden was ik de enige die niet moe was 😂.

Ik wilde weer op het bed springen op de heerlijk donzige dekbedden. Maar ik werd met zachte hand naar de bench gedirigeerd die opeens in de slaapkamer stond. “Waarom nou vrouwtje?” vroeg ik. “Thuis mag het toch ook?” “Nee Scotty, thuis mag het ook niet, maar daar doe je het gewoon. Maar hier op vakantie mag het echt niet.”

Ik vond het maar gek op deze nieuwe plek. En het zou alleen maar gekker worden…