84. De groene atleet

Mijn baasjes vonden de tuinen in Annevoie wèl erg leuk. Maar gelukkig zijn ze niet zo handig dat we thuis ook zo’n modeltuin krijgen. Volgens mij zou het vrouwtje het best willen. Die droomt van kabbelende beekjes zoals in Oostenrijk en strakke gazons met bloemenborders die de hele zomer uitbundig bloeien. Maar het is haar nog niet eens gelukt om de hegjes te redden van de buxusmot, dus zo’n soort tuin is veel te hoog gegrepen.

In plaats van het aanleggen van waterpartijen en bloemenborders besloten ze nu eindelijk het straatwerk te laten ophogen. Ze vroegen eerst een hovenier die bij één van de buren bezig was. Hij moet nog steeds een offerte maken 🙂 . Daarna belden ze een stratenmakersbedrijf. Die kwam dezelfde middag kijken en liet daarna nooit meer wat van zich horen. Uiteindelijk charterde het baasje een zelfstandige stratenmaker die bij de overburen aan de gang was geweest, en vervolgens bij ons op de eerste werkdag verstek liet gaan 🙂

Net toen ze overwogen om het dan toch zelf maar te gaan proberen belde de middelste gegadigde op dat hij kon beginnen. Op een bloedhete dag kwam zijn hulpje alle tegels eruit halen, zodat de chef de volgende dag meteen aan de gang zou kunnen. Om zelf ook nog iets gedaan te hebben rooiden mijn baasjes samen de buxus.

Ik genoot ondertussen met volle teugen. Deze tuin, zonder tegels, met hopen ophooggrond overal en perkjes waar je lekker in kunt gaan liggen, is echt mijn ideale tuin. Prompt werd de atleet in mij weer wakker. Er waren nu alleen geen hegjes meer overheen te springen zoals vorig jaar. Maar terwijl ik door het zand rende stoven de stofwolken omhoog. Dat was eigenlijk net zo leuk als over de buxus springen en het gaf me het gevoel dat ik supersnel ben.

Helaas liggen de tegels nu weer op zijn plek. De schutting is opgehoogd, de grond ligt in de perkjes. Elke avond wast mijn vrouwtje 10 kilo split om de paadjes weer te vullen en in september, als we nog een paar dagen vakantie hebben, gaan ze nieuwe hegjes planten. Geen buxus, geloof ik 🙂 En bloembollen, daar twijfelen ze nog over. Ze denken dat ik nog te jong ben. Alsof je geen bloembollen meer kunt eten als je ouder bent 🙂

Klik hier als je geen filmpje ziet

Advertenties

83. De nette tuin

In de krant stond een advertentie voor een abonneedag naar België. Samen met andere krantenlezers zouden we dan per bus afreizen naar de Belgische Ardennen, waar de plaatsjes Annevoie en Dinant liggen. De plaatjes die erbij stonden waren verleidelijk. Maar de prijs van 85,- per persoon niet 🙂

Dus het vrouwtje knipte de advertentie uit en bewaarde hem bij al die dingen die we ooit nog eens willen bezoeken. Daar kunnen trouwens zomaar jaren overheen gegaan, maar in dit geval zorgde de storm van afgelopen weekend voor een vroege uitvoering, want in het zuiden waaide het nog niet zo hard.

Het leek net of we op vakantie waren, want in de Ardennen is het verre van vlak. Kale rotsen staken door de bossen heen en markeerden de weg. De weg slingerde langzaam omhoog. En toen stonden we voor de watertuinen van Annevoie.

83. annevoie waaiervormige fontein

De caissière zei vriendelijk bonjour, maar mijn vrouwtje, wetend dat Belgen hier tweetalig zijn, zei in onvervalst Hollands hallo. Toen de kassajuffrouw haar toch in het Frans bleef aanspreken toonde mijn vrouwtje haar goede wil en vroeg om entree pour deux. Vervolgens vroeg het meisje van de kassa waar we vandaan kwamen. De derde keer had mijn vrouwtje eindelijk door wat de vraag was en zei murw: Hollande. Prompt sprak het meisje ons in het Vlaams aan. Fijn hoor, zo’n taalstrijd 🙂

We liepen door de tuinen en overal was wel iets aangelegd met water. Een fontein, een beek, een waterval, een kanaal. In dit park krijgt alles op natuurlijke wijze water vanuit een groot ‘kanaal’ dat weer gevoed wordt door een bron ergens in de heuvels verderop.

Ik vond het niet erg toen we weggingen. Ik had lekker gewandeld, daar niet van, maar ik mocht nergens uit drinken, de zwanen niet opjagen, geen verkorte routes lopen, niet over hegjes springen en ik kon nergens graven. Geef mij onze eigen tuin maar. Dat is een oase voor een ondeugend vlinderhondje (niet dat ik dat ben natuurlijk 🙂 )

83. annevoie

 

82. Ik lig op mijn kussen stil te dromen

Nu had ik een mooie ruime bench, maar geen fatsoenlijk kussen. Dat zou het vrouwtje voor mij gaan maken, zei ze. En tot die tijd moest ik me maar even behelpen met het kussen uit de auto.

Nu is dat kussen prima voor in de auto. Dan heb ik weleens baggerpoten of ik ben nat en en zanderig, en dat valt dan allemaal op dat kussen en het blijft er ook op liggen. Het trekt er niet in, want het is van een speciale waterafstotende stof en zo blijft de achterbank een beetje toonbaar. Voor een avontuur vind ik dat ook prima, maar om er elke dag op te liggen, nee.

Ik groef daarom elke dag het kussen opzij. Dat kostte wat moeite, maar ik had het er voor over. Ik ging nog liever op de ijzeren bodem van de bench liggen dan op dat avonturenkussen.

Het vrouwtje ging eens bij zichzelf te rade. Nam onze denkbeeldige planning door. Kwam tot de conclusie dat ze in de kerstvakantie misschien wel tijd zou hebben om een kussen te maken. Maar zolang ging ik natuurlijk niet wachten!

P1020454

Toen we toch bij het tuincentrum waren vanwege ons tuinproject (maar daarover later meer 🙂 ) lag daar een comfortabel, groot, dik zwart kussen naar mij te lonken. Ik wist meteen dat ik die wilde hebben. Hij was rondom iets groter dan de bench, maar ik heb liever een iets te groot kussen dan een te klein kussen. Toen er ook nog een rood stickertje op het prijskaartje bleek te zitten waren ook mijn baasjes overtuigd dat ik dit kussen moest hebben.

Ik heb ‘m nu bijna een week en ik wil nooit meer een ander kussen. Als bonus staat ook nog een tekst op mijn nieuwe kussen en er is geen woord van gelogen. Hij is lekker luxe, lekker dik, ik zak er heerlijk in weg en de stof voelt lekker aan mijn huidje 🙂 . Laat die zoete dromen maar komen!

P1020463

 

81. Toch niet

Vorige week was het tropisch heet, dus tante Renate stelde voor om naar Texel te gaan. Op de Waddeneilanden is het vaak een stuk koeler dan elders in Nederland en dat konden we wel gebruiken.

Met de fietsen op de fietsendrager reden we eerst even langs opa, want mijn vrouwtje had een zachte band en een kapotte fietspomp. “Wil je hem verend of stuiterend?” vroeg opa. Mijn vrouwtje koos voor stuiterhard. Opa pompte en pompte en toen er echt geen zuchtje lucht meer bij kon borg hij de pomp weer op. Terwijl we afscheid namen klonk er een harde knal. De opgepompte band klapte uit elkaar! Verend was dus toch beter geweest 🙂

81. band pompen

We gingen op zoek naar een fietsenmaker. Maar óf ze waren dicht óf ze hadden geen tijd. We gingen dus toch niet naar Texel…

Na lang nadenken lag er een nieuw plan. We gingen een dagje paalkamperen! Vlakbij recreatiegebied De Vlietlanden vonden we een redelijk makkelijk bereikbare paalcamping. De fietsen gingen de schuur in en de kofferbak werd volgeladen met kampeerspullen.

Via een landelijke toeristische route reden we naar Leidschendammerhout. We parkeerden de auto en bepakt en bezakt gingen we op pad. Het is ongelofelijk hoeveel spullen mensen denken nodig te hebben om een middagje in een tent te liggen 🙂

81. paalkamperen

We liepen onder de eiken door die waren afgezet met lint vanwege de processierups. Mijn looplijn was heel kort, want als ik per ongeluk zo’n rupsje eet, ben ik levenslang verminkt. Het pad maakte een bocht, het donkere bos in. Terwijl de zussen stonden uit te rusten omdat de tassen eigenlijk te zwaar waren, werden we ingehaald door drie jonge gasten. Ze bleken ook op weg te zijn naar de paalkampeerplaats.

Terwijl het vrouwtje en ik bij de bagage bleven ging tante Renate de paalcamping verkennen. Er stond al één ander tentje en daar zaten jongelui bij met bier en blote buiken. De zussen vonden dit geen geschikte omgeving voor mij 🙂 We gingen dus terug. Weer een evenement dat toch niet doorging…

Toen we richting huis reden had ik ontzettende jeuk aan mijn oor. Het vrouwtje dacht aan de enge rupsen en parkeerde zo snel mogelijk de auto. Prompt was de jeuk over 🙂

Terwijl we daar zo stonden, op een open parkeerterrein met een fris windje zei tante Renate: waarom zetten we hier de tent niet op? Ja, waarom niet eigenlijk?

81. tent opzetten

Alle tassen werden weer uitgeladen en even later stond daar de buitenkant van een tent. En omdat een tent niet compleet is zonder luchtbedden sleepten we ook die naar binnen. In de tent was het nog heter dan erbuiten, maar dit project móest slagen. Liggend op de luchtbedden zweetten we een uurtje in de tent, braken het hele zooitje weer af en vertrokken voldaan naar huis. We hadden toch nog iets bijzonders gedaan vandaag…

81. scotty in de tent

80. Hulpverlening

Ome Sjaak had werkvakantie. Voor de zomer weer voorbij is wil hij zijn tuin af hebben. Dat wordt nog een hele klus. Maar inmiddels is hij op de helft. Er ligt een zwevend houten terras op een ingewikkelde staalconstructie. En om dat te vieren ging hij met een dikke portemonnee naar alle tuincentra in de regio. Hij kocht groots in. Zo groot, dat het niet in de auto paste 🙂

Wij lagen een beetje op de bank te hangen toen de telefoon ging. Of we even naar Aalsmeer wilden komen. Het vrouwtje had eigenlijk geen zin, maar ik wel! En ome Sjaak staat ook altijd voor ons klaar.

80. hulptransport

Ze stonden al op de uitkijk. Onze kofferbak werd volgeladen en oma, die om onduidelijke redenen ook mee was, maar nu niet meer in de auto paste, pikte mijn plek in. In colonne reden we naar het huis van ome Sjaak. Daar werd alles weer uitgeladen. De beloning was een drankje met wat lekkers op het nieuwe terras.

80. bij ome sjaak op tafel

Onze buurman van een paar huizen verderop ging wel met vakantie. De katten bleven thuis; daar zorgde een andere buurman weer voor. Eten geven en af en toe naar buiten laten. Het zijn twee grote katten en een hele kleine. Die is nieuw op deze wereld. En dat kan overweldigend zijn. Toen wij voor de laatste plasronde gingen hoorde ik hem mauwen. We keken links, rechts, onder de auto’s, in de heg. En tenslotte ook in de boom…

Op een oncomfortabele 6 of 7 meter hoogte zat het katje. Het vrouwtje probeerde het baasje over te halen om in de boom te klimmen, maar dat zag hij niet zitten. Een attente buurvrouw had wel de dierenambulance gebeld, maar die vonden het beter om ‘m te laten zitten tot de volgende dag. Gelukkig kwam er toch iemand na de dienst even langs. Toen ze zag hoe klein het katje was en hoe hoog de boom belde ze de brandweer.

80. brandweer

We bleven dus buiten staan 🙂 . Ons huis zou afgebrand zijn in de tussentijd, maar uiteindelijk kwam de brandweer. Zeven stoere mannen sprongen uit de rode wagen. Ze grepen de ladder. De mevrouw van de ambulance hield het katje in het vizier met een zaklamp. Buren babbelden gezellig met elkaar. De kattenoppas moedigde alle hulpverleners aan. Het was heel genoeglijk op straat. En eindelijk… om 00.30 uur was de kat bevrijd. Hij heeft drie weken huisarrest nu.

80. katje

 

79. Upgrade

Ik hou niet zo van alleen zijn. Ik hou juist van mensen om me heen en dan het liefst mijn eigen baasjes. Maar soms moeten mijn baasjes op pad en kan ik niet mee.

Ik was vorig jaar voor nood al eens mee met het baasje naar zijn werk, maar nadat ik daar toch best wel vaak geblaft had en de postbode de stuipen op het lijf had gejaagd, wilden ze me daar liever niet meer zien 🙂

Als ik alleen thuis ben blaf ik ook. En als het erg lang duurt (en dat is al gauw 🙂 ), dan word ik zo verdrietig dat ik ook nog moet huilen. Het ging over toen ik een bench kreeg. De bench is mijn veilige eigen plek in huis. Ik heb honderd plekken (ik ga gewoon liggen  waar ik zin heb), maar de bench is de enige plek waar zij zich nooit met mij bemoeien. Als ik daarin ben, heb ik gewoon even tijd en ruimte voor privé zaken. Een moderne huishond anno 2019 heeft nu eenmaal ook wat tijd voor zichzelf nodig.79. scotty met kluifIk heb dus niks tegen de bench. Hij is alleen wat klein. Als ze even boodschappen gaan halen is dat niet erg, dan zijn ze zo weer terug, maar als ze langer weg zijn, dan ben ik toch een beetje beperkt. De mini-bar past er trouwens ook niet in. Aan een rekje hangt een bakje water, maar mijn brokjes staan buiten bereik.

Maar mijn baasjes hebben er wat op gevonden. Ik heb een grotere bench gekregen. Eerst dacht ik dat ik een hond zou krijgen, dat stond namelijk op de doos, en ik snapte al niet hoe ze die zo plat in die doos hadden gekregen.79. doos met hondMaar in plaats van een hond kwam er een zwart rek uit, dat met een paar simpele bewegingen veranderde in een reusachtige bench. Ik ging er gelijk even in. Mwah, hier zou ik wel aan kunnen wennen.

De oude bench werd opzij geschoven om plaats te maken voor de nieuwe bench. Ik lag al in de nieuwe bench op een tijdelijk kussen toen ik weer aan de oude bench dacht. “Wat gaan jullie daarmee doen?” vroeg ik bezorgd. Ik ken het vrouwtje en haar opruimwoede inmiddels. Maar ze beloofde mij dat we die ook bewaren. Voor de vakantie, want de nieuwe past niet op de achterbank. 79. camp scottyJe kunt er ook een nederzetting mee bouwen. Maar eigenlijk moet ik er dan nog tweee bij, vind ik zelf 🙂 . Een naam heb ik ook al: Camp Scotty!

Het baasje had ook nog een idee. Als we de kleine bench bovenop de nieuwe zetten, dan heb ik een dakopbouw met terras. Misschien kunnen we de bovenetage dan wel verhuren 🙂 79. bench met dakterras.jpg

78. Nieuw-Zeeland

Tante Renate reist graag de hele wereld over. Soms kan dat niet en moet het verlanglijstje bijgesteld worden. Nieuw-Zeeland werd dus oud Zeeland. Maar voor mij is alles nieuw, dus oud Zeeland werd toch nieuw Zeeland, toen wij tante Renate bezochten op de camping.

Het baasje was niet te bewegen om mee te gaan. Hij was veel te bang dat we dan een nachtje zouden blijven. Op een matje in een tent. En mijn baasje is nogal gesteld op comfort. Dus het vrouwtje en ik wachtten tot hij naar zijn werk vertrok en pakten toen onze spullen om samen op stap te gaan.

Ten opzichte van Nieuw-Zeeland valt de reis naar nieuw Zeeland in het niet. Toch waren we nog bijna twee uur onderweg voor we op een stoeltje voor de caravan zaten. Tante Renate was het liefst meteen op excursie gegaan met ons, maar wij moesten eerst even bijkomen van de reis. 78. Eriba caravanToen we gegeten hadden en uitgerust waren reden we naar Middelburg. Het vrouwtje had onderweg op een bord gezien dat er een boeken-en verzamelmarkt was in het centrum. Er waren inderdaad wat boeken en wat kramen met kringloopspullen voor antiquaire prijzen 🙂 . Overal waar ik langs liep sloegen honden aan. Tante Renate dacht dat ik op oorlogspad was. Ik zei alleen maar: “Ik ben Scotty en ik ben toch niet bang voor jullie”. Iedereen is zo onverdraagzaam tegenwoordig.

We reden naar Domburg. Ook daar was een markt… Alleen hadden ze hier de artikelen die ze bij ons op de zaterdagmarkt ook allemaal hebben. Voedsel en spulletjes. Toen we alle kramen gezien hadden sloegen we af naar het strand. Het leek erop dat het toch nog leuk zou gaan worden.vrouwtjeschildertHet strand en de zee riepen mij toe, maar borden hielden mij tegen. Gelukkig waren we niet al te ver van het hondenstrand verwijderd. We bedwongen de Hoge Hil, waar je prachtig uitzicht hebt op Domburg. Niet veel later daalden we de trap af naar het strand. Bij ons heeft het strand geen trappetjes. Het ene strand is duidelijk niet het andere strand. 

Het zand is gelukkig wel overal hetzelfde. Je kunt er heerlijk op rennen en in graven. In de zee had ik niet zoveel zin; ik ging er eventjes in en was toen wel genoeg afgekoeld. 78.domburgWe bleven de hele middag op het strand. Toen de zussen allebei lekker verbrand waren gingen we op zoek naar wat te eten. Tante Renate wilde liever niet koken en het vrouwtje wilde graag op de camping eten voor het echte vakantiegevoel 🙂 . Dus we haalden Chinees in Vlissingen wat we voor de caravan van opa en oma opaten.

Toen de muggen kwamen childen we nog even in de caravan en toen moesten we echt terug. Het baasje lag al in bed toen we thuiskwamen. En toen hij alle verhalen hoorde, had hij toch een piepklein beetje spijt. Net goed 😛 IMG-20190702-WA0031

 

 

77. Snits

“Spreken jullie Nederlands?” opende de oude man met zeemanspet het gesprek. Mijn baasje gaf bevestigend antwoord. “O ja, ik hoor het al. Uit België zeker? Je klinkt een beetje zuidelijk.” Het baasje begon te lachen. Nog nooit eerder had iemand tegen hem gezegd dat zijn harde Randstadaccent net zo klonk als het zangerige vlaams.

Misschien kwam het door de pet, die mijn baasje in één van de winkeltjes had gekocht. Alleen toeristen kopen petten met de Friese vlag erop, moest de man gedacht hebben.

76. Friesevlag

Terwijl hij tegen ons praatte groette hij ondertussen allerlei andere mensen die passeerden. En allemaal schenen ze hem te kennen. Moeiteloos schakelde hij tussen het Fries en het gewone Nederlands dat hij alleen tegen ons sprak, omdat we hem anders niet konden verstaan.

Deze man zou ons kunnen helpen op onze missie! Want zo toeristisch als de man dacht dat we waren, waren we toch niet. De vader van mijn baasje is geboren in Sneek en ook de rest van het voorgeslacht is Fries. Het baasjes opa had vroeger zelfs een zaak in schildersbenodigdheden in Sneek. Maar de man ratelde verder en voor we de vraag hadden kunnen stellen brak hij het gesprek af en verdween even snel als hij gekomen was.

76. weduwe joustra sneek

Bij de weduwe Joustra voor een Beerenburger 😃

We gingen zelf maar op ontdekking. Hier en daar zag mijn baasje een bekend straatje of een bekend gebouw, van toen hij hier vroeger als klein jochie kwam. Bij elk makelaarskantoor stopte hij om het aanbod te bekijken. Hij voelde zich eventjes helemaal de Fries die hij niet is 🙂 . Gelukkig viel hij uit zijn rol toen het vrouwtje voorstelde om een paar onderbroeken met de Friese plompeblêden voor hem te kopen…

Tussendoor werden we ook regelmatig aangesproken, en steeds weer was de vraag: “Is dat een vlinderhondje? Wat een knapperd”. Ja, deze zuiderling doet het goed in het hoge noorden 🙂 .

76. Scotty in Sneek

Het schijnt dat we ooit nog eens een hele Elfstedentocht gaan doen. Niet schaatsend en niet zwemmend, dat doet iedereen al 🙂 , maar gewoon met de auto. Ik heb er wel zin in. Zolang we iedere keer gewoon weer naar huis gaan vind ik het best. Want je kunt hier dan wel villa’s kopen voor de prijs van een tussenwoning bij ons, maar voor opa is dat veel te ver tussen de middag…

76. Antiblafband

Opa en oma waren al heel veel jaar met elkaar getrouwd en gaven een etentje. Mijn baasjes wilden niet met lege handen aankomen, dus gingen we met zijn allen naar het tuincentrum bij ons om de hoek voor een cadeautje. Ik kom daar wel vaker en altijd is het er leuk.

Dit keer was het wat minder. Dat was niet omdat ze de dierenafdeling aan het verbouwen waren. Ik zag zo al dat de ruimte die de honden en katten normaal moesten delen, nu alleen voor honden werd. De kattenafdeling had elders een net zo grote ruimte gevonden. Deze verandering betekende alleen maar een verbetering. Wij huisdieren zijn heel belangrijk voor mensen en dat is nu ook duidelijk te zien bij het tuincentrum.

77. antiblafbandenmachine

Maar goed, dat was het punt dus niet. De teleurstelling kwam namelijk na de kassa! Mijn oog was er nooit zo opgevallen, maar toen we ons cadeautje gingen inpakken, zag ik daar opeens een groot geval staan. Je kunt er gratis anti-blafbanden vanaf knippen in een kleur naar keuze. Wat mijn vrouwtje dus ook deed, want ik had naar alle honden geblaft in het tuincentrum en dat waren er best veel dit keer 🙂

Mijn vrouwtje heeft nog wel een klein verbeterpuntje voor het tuincentrum. Het antiblafbandenapparaat kan beter aan het begin van de winkel staan…

77. antiblafband

75. Poldercruise

Inmiddels zijn we weer terug op het honk en gaat alles zijn gewone gangetje. Dus toen de fietsmevrouw voorstelde om op micro adventure te gaan stemden we allebei gretig toe!

We fietsten over een smal polderpaadje langs de snelweg, die in onze contreien nooit ver weg is. Ik rook steeds duidelijker koeien, maar ik besloot kalm te blijven. Zelfs toen we op het erf van een koeienboerderij stopten bleef ik stil. Er kwam een vriendelijke vrouw naar ons toe die ons de weg wees naar ons volgende vervoermiddel.

Een boot!

Omdat micro avonturen het leukst zijn als ze weinig kosten hadden we een handbediende boot. Dat werd dus roeien! Het vrouwtje had de pech dat ze op de roeiplek was gaan zitten dus die moest beginnen. We verlieten het boerenslootje en draaiden een vaart op. Ik zat bij de fietsmevrouw op schoot en keek geïnteresseerd hoe het vrouwtje ploeterde met de roeispanen (riemen, moeten we zeggen van de fietsmevrouw, maar dat doen we lekker toch niet 😛 ).

75. roeien

De vaart bracht ons langs de achterkant van de kwekerijen. Het was er niet druk. Slechts op 1 kwekerij zagen we mannen aan het werk. Ze gooiden boompjes zonder pot achter op het terrein op een grote stapel. Dat waren de mislukte. “Zouden ze die weggooien?” vroeg de fietsmevrouw. Mijn vrouwtje dacht van wel. Dus toen we langs dreven vroeg de fietsmevrouw quasi nonchalant wat er met de boompjes was. Maar de mannen begrepen het niet. “Spanish”, zeiden ze in hun beste Engels. Teleurgesteld roeiden we verder.

“Free”, zei plots één van de Spanjaarden, en wees overduidelijk naar de boompjes. “Hoor je dat, ze zijn gratis!”riep de fietsmevrouw. “Terug!” Het vrouwtje keerde de boot en roeide zo snel ze kon naar de boompjesberg. De fietsmevrouw trok ons aan de boompjes naar de kant en zocht toen de beste uit. Het waren puntgave buxussen. Zonder buxusmot! “Hoe ga je ze straks eigenlijk meenemen?” vroeg mijn vrouwtje, toen er steeds meer boompjes in de boot verdwenen. De fietsmevrouw kwam tot bezinning 🙂 . “Bovendien”, zei het vrouwtje, “misschien komen we straks nog meer leuke dingen tegen en dan is ons koopjesjacht al vol.”

We voeren verder. Ik zat en lag tussen de buxussen en genoot van het lekkere windje. Roeien liet ik over het personeel 🙂

75. buxusboot

Er kwam een brug aan. Gebukt dreven we er onder door. De beloning was een uitspanning met een groot terras, waar we niet heengingen vanwege onze nog gevulde knapzakken. Pal tegenover het drukbezette terras sloegen we af naar rechts, een zijwatertje in. Het was hier smal en overal waren waterlelies. De fietsmevrouw ploeterde door de watergang terwijl het vrouwtje aanwijzingen gaf. Maar toen vonden we wel de Groene Kathedraal!

De Groene Kathedraal is een prachtig aangelegde tuin met daarin een kathedraal van ijzerwerk waar klimplanten welig om heen groeien. We legden aan bij een mooie picknicktafel, aten de knapzakken leeg en gingen toen op verkenning. In de kathedraal stond een preekstoel en verderop een paar lege kerkbanken. De enige hoorders van een stichtelijk woord waren hier de vogels, net als eeuwen terug bij Franciscus van Assisi….

75. groene kathedraal

We vonden ons bootje weer en stapten in om langzaam maar zeker weer terug te gaan. Toen we weer bij de buxusberg waren aanbeland kon de fietsmevrouw toch de verleiding niet weerstaan. Ze belde een ophaalservice en daarna werd de boot volgeladen. Triomfantelijk voeren we terug. Tot we op de bodem van de boot keken!

Overal lag bagger. Zo konden we de boot niet inleveren. En… eerlijk is eerlijk, de dames geneerden zich toch ook wel een beetje tegenover de boerin voor hun inhaligheid 🙂 . Het vrouwtje vond een oplossing. Als we iets van de route zouden afwijken was er een plek waar we de boompjes zouden kunnen uitladen en dan later met de auto oppikken.

Het was amper 100 meter om, dus het plan werd goedgekeurd. Door een sloot boordevol kroos roeiden we naar de losplaats. Terwijl zij de boompjes op de kant gooiden keek ik nog eens goed. Er was helemaal geen kroos rondom de boot, het was gras! En eigenlijk moest ik wel even een plasje. Stiekem klom ik uit de boot. Ik zakte meteen door het gras, dat dus toch kroos was! 🙂

Niemand had het gezien. Maar de boot weer inklimmen, dat lukte me niet. Dus ik zwom zo goed en zo kwaad als dat ging met al die slierterige planten in het water naar de kant toe. Eerst dacht her vrouwtje dat ik een duif was die in het water dreef, toen een vis en toen had ze het eindelijk door! Maar ik was te ver van de boot om gered te kunnen worden.

75. zwemmen

Dus ze staken mij een roeispaan toe, waar ik naar toe zwom. De fietsmevrouw boog steeds verder naar voren tot ze mijn tuigje te pakken had. Het vrouwtje haalde opgelucht adem. En zich opeens bewust van de nieuwswaarde pakte zij haar fototoestel om dit moment te vast te leggen.

Druipend en groen van het kroos werd ik binnengehaald. De bende in de boot was nu helemaal niet meer te overzien 😛 . Worstelend door het kroos voeren we terug naar de boerderij, waar de vriendinnen mij doodleuk de schuld gaven van álle rotzooi in de boot. En toen de boerin mij zo zag vergat ze om boos te zijn….

P1010852

74. De koeien van Salers

In de Cantal, een vulkaangebied in de Haute-Auvergne, ligt het middeleeuwse stadje Salers. Hier komen de koeien vandaan die bij ons vakantiehuis in de wei staan.

Steeds als we ergens heen gingen zag ik ze langs het pad rustig grazen of smikkelen van de felgele wilde brem die hier in grote hoeveelheden groeit. Ze waren wel een beetje ingedut, had ik het idee. De dikke stier zat een beetje te sabbelen aan de brem en zelfs de kalfjes deden niets anders dan gras eten en wat drinken bij hun moeder. Tijd voor wat leven in de brouwerij!74. Salers stierHet was nog net niet donker toen we voor de laatste plasronde gingen. Die is hier elke dag hetzelfde, want we wonen tijdelijk aan het einde van een doodlopend weggetje. Op 200 meter van ons vakantiehuis beginnen de weilanden met de grazende Salerskoeien. Ik besloot eens wat te blaffen. “Hé joh, dooie dienders”, zei ik. De kalfjes stoven weg. De moeders iets langzamer er achteraan.

“Scotty, hou je waffel”, zei het baasje boos. Hij vond het niet oké dat ik de kalfjes bang gemaakt had. We liepen snel door.

Op terugweg stonden aan weerskanten van het pad zeker 30 koeien langs het prikkeldraad op ons te wachten. Mijn baasjes vonden het geen fijne situatie, dus ik werd opgetild en ondertussen de mond gesnoerd. Wat een afgang! Wat moesten die kalfjes nu wel niet denken? Dat ik één of andere sufkip was ofzo? “Ik ben lekker toch niet bang”, bromde ik binnensmonds.74. Salers kalfjes
Niemand rende weg nu. De koeien begonnen zelfs te snuiven en kwamen nog wat dichter tegen het prikkeldraad staan. “Ik vind dit toch wel eng”, zei het vrouwtje angstig. “Welnee”, zei het baasje stoer. “Ze doen echt niks.” Het hart van het vrouwtje klopte als een razende. Maar dat was niet het enige dat we hoorden. Het was een dof bonkend geluid en het kwam steeds dichterbij..

De koeien renden allemaal zo snel ze konden achter ons aan langs het prikkeldraad. De grond trilde. Ik hoorde ze plonzen door de drinkbak. Takken braken af, terwijl ze briesend hun weg zochten. Er hoefde maar 1 zwakke plek in het prikkeldraad te zitten en we zouden als trofeeën op de horens van de Salerskoeien meegevoerd worden!

Zo snel we konden liepen we naar het vakantiehuis . Nog één bochtje….. pfffff. We hadden het gered. Met een torenhoge bloeddruk ploften we op de bank neer. Even bijkomen.

Die koeien waren toch niet zo ingedut als ik dacht… 😅 74. Salers middeleeuws stadje Cantal Auvergne