243. Trekpleisters

De tweede keer dat we naar Honfleur gingen reden we zo het stadje in en vonden we in 5 minuten een parkeerplaats op het grote parkeerterrein. Dat was een paar dagen daarvoor, op een zonnige zaterdag, wel anders.

We hadden al anderhalf uur moeten rijden om er te komen, maar dat was verder niet erg. De file de stad in wel. Nog voor we de gemeentegrenzen hadden bereikt stonden we al vast. Overal om ons heen waren auto’s. Niet alleen voor en achter ons in de rij, maar ook op de stoepen en in de bermen stond het afgeladen vol. Nergens was een onbezette centimeter. Toen hadden we het eigenlijk al geweten. Maar er zat niets anders op dan het te ondergaan.

Tergend langzaam begonnen we de afdaling. Honfleur is gelegen aan de monding van de Seine en het historische centrum ligt daardoor een stuk lager dan het achterland. Toen we eindelijk het ‘Vieux Bassin’, de haven, hadden bereikt was er een uur voorbij.

Er was een enorme mensenmassa op de been. In de schilderachtige straatjes rondom het Vieux Bassin stond een grote markt opgesteld. Het zag er gezellig, en ook ontzettend druk uit. Maar wij konden toch niet uitstappen; we kropen nu rechtsaf naar het parkeerterrein, waar we een half uur later eindelijk waren. De chaos was hier op zijn hoogtepunt. “Hebben we hier zin in?”, vroeg het vrouwtje. “Nee”, zei het baasje resoluut en reed het parkeerterrein voorbij. Meteen kregen we weer lucht.

We namen de eerste de beste afrit de stad uit. Over de Pont de Normandie, de grote tolbrug over de Seine, reden we naar een parkeerplaats om eindelijk wat te eten. We bezochten ook de expositie over de bouw van de enorme brug. En het was daar, bij een manshoge kaart met alle interessante plaatsen in Normandië, dat het vrouwtje op het briljante plan kwam om dan maar naar Étretat te gaan.

Bij de kustplaats Étretat zijn de krijtrotsen en één daarvan steekt met een boogje in zee, net als een olifantenslurf. Klinkt als leuk voor toeristen. En daarom wilden ze er waarschijnlijk ook heen. Ik zat op schoot en vroeg me af wat dan het verschil met Honfleur was. Nou, dat was er ook niet, behalve dan dat hier geen markt maar een kermis in het centrum stond. Verder waren er net zoveel mensen en vooral net zoveel auto’s. En weer konden we geen kant op.

Zonder ergens uitgestapt te zijn besloten ze terug naar het vakantiehuis te gaan. Daar konden we dan nog net tegen etenstijd zijn. Maar toen zag het vrouwtje op de kaart met hele kleine lettertjes Yport staan. Het bord op de rotonde gaf 7 km aan. Dat was minder dan de hele file in Étretat, dus ze namen de gok.

En zo kwamen wij om half vijf aan in Yport, een klein plaatsje aan zee, zonder mensenmassa’s en met meerdere vrije parkeerplekken. We stapten uit, liepen door de gezellige straatjes naar het strand en raakten onder de indruk van de krijtrotsen die ook hier waren. Zonder olifantenslurf, maar dat kon ons niet schelen! We waren eindelijk ergens en het was nog leuk ook.

242. George of the jungle

Het vrouwtje had voor ons een huis gehuurd in de Calvados, een streek in Normandië waar ze de beroemde appelcider maken.

Elke avond na het eten gingen we op verkenning. Als Klein Duimpje markeerde ik alle belangrijke plekken onderweg, maar ook zonder dat kwamen we elke avond weer thuis. Na een paar dagen besloten we de “leuke route van 3 kwartier” te lopen, die de eigenaar van het huis had beschreven in de welkomstpapieren.

We sloegen vlakbij huis een gravelpad in dat ons vanzelf bij een beek zou brengen die we over moesten en dan via een trap weer terug. Na een kwartiertje stonden we op een viersprong. Met hulp van de gps ontdekten we dat het pad naar rechts naar de beek zou leiden. Het gras stond hier kniehoog en overal stond kleefkruid, dus het vrouwtje droeg mij over het pad naar beneden.

We vonden de beek en met behulp van satellietfoto’s ook de stenen platen over de beek. Door de brandnetels baande het baasje een pad voor ons. We klauterden de ‘brug’ op en over en stonden toen in dubio hoe verder. Er was namelijk geen trap, terwijl dat wel in de beschrijving stond. Op goed geluk kozen mijn baasjes een wilde begroeide steile helling naast een verdwaald huis. Net toen ze het wilden opgeven begon de trap: een paar houten schotjes om te voorkomen dat het baggerpad volledig weg zou spoelen bij een regenbui.

Toen we hijgend boven stonden mocht ik eindelijk weer zelf lopen. Prompt kwam de waakhond van het verdwaalde huis (dat later een calvadosboerderij bleek te zijn) op mij afgerend, maar gelukkig was hij mij goed gezind.

“Hier moeten we naar rechts”, zei het baasje en hij wees naar een bijna ondoordringbare jungle tussen de bomen. Maar het vrouwtje had ondertussen de digitale kaart geraadpleegd en een geasfalteerd pad gevonden, dat wel iets langer was, maar 10x beter begaanbaar. Uiteindelijk stonden we na 3 kilometer en 70 minuten weer voor ons tijdelijke huis. We hadden de Calvadosjungle overwonnen! Dat is nog eens wat anders dan onze gebruikelijke plasrondjes thuis.

241. Natuurlijke bestrijding

Het was al een tijdje muisstil in huis. Dat kwam waarschijnlijk doordat de buurvrouw anderhalf jaar geleden een professionele muizenbestrijder in de arm had genomen (zie weblog 160). Maar blijkbaar was de magie uitgewerkt, want toen we pas op de bank zaten liep er een klein muisje door de kamer. Ik rende er meteen achteraan. Mijn baasjes schoven de bank weg. Maar pas toen ze ook nog een rekje opzij schoven zagen we de muis weer. Hij nam een spurt naar de kast onder de trap en verdween onder de deur door. Tegen de tijd dat ik eindelijk die kast in kon was de muis natuurlijk al lang verdwenen.

De nieuwe baas van mijn baasje wist wel een oplossing: roze korrels. Die moest je dan bij de muis in bed leggen en dan verdroogt hij. Dat klonk niet echt diervriendelijk. Het vrouwtje stelde zich al voor dat ik me tegoed zou doen aan die korrels. Bovendien was de muis waarschijnlijk vreselijk geschrokken van mijn klopjacht, want hij liet zich niet meer zien. En iets bestrijden dat je niet ziet is voor gevorderden.

Vannacht lagen we al te slapen toen ik opeens rare geluiden hoorde in de slaapkamer. Ik sprong van het bed en ging op onderzoek uit. Als ik het niet dacht: de muis! Als een varken snoof ik het muizenspoor op. Het vrouwtje werd er wakker van.

Voor ze het ladenblok wegschoof vulde ze de kier onder de kamerdeur op met sokken. Knappe muis die nu nog weg zou komen. Het baasje was inmiddels ook wakker geworden. “Laat toch gaan”, zei hij slaperig. Maar ik was klaarwakker nu. Het vrouwtje schoof het kastje weg. De muis rende naar de deur, strandde op de sokken en spurtte toen onder het bed. Ik dook erachter aan. Terwijl ik onder het bed lag, klom het muisje op een stoel. “Kijk, daar zit ie!”, riep het vrouwtje enthousiast. Het baasje begon er nu ook schik in te krijgen en stuurde mij naar de stoel. De muis sprong tegen de muur, viel er van af, rende achter het ladenblok door naar de radiator.

En toen….

Had ik hem! De muis bewoog nog een keer met zijn staartje en lag toen doodstil. Voorzichtig kwam ik naderbij. Ik kon het nog bijna niet geloven. Ik, Scotty, vlinderhond in de 21e eeuw, was in de voetsporen van mijn voorvaderen getreden, die vroeger aan het Franse hof muizen vingen voor gillende jonkvrouwen.

Het muisje lag zielig op de grond. Opeens drong tot me door dat ik nu een moordenaar was. Nou ja, dan kon ik de muis net zo goed nog even pakken. Gewoon, om zeker te weten dat ie echt dood was. En dat was ie…

En er is nog een filmpje van ook! Klik hier als je geen filmpje ziet.

240. Tijdrit

De fietsmevrouw vroeg naar onze agenda. Wij hebben niet echt een agenda, want we maken gewoon overal tijd voor. Dus ook voor de fietstocht die de fietsmevrouw voorstelde, ondanks de stevige windkracht 4.

Tien minuten laten dan afgesproken (wij zijn echt niet de enigen die altijd te laat zijn 🙂 ) kwam ze aan rijden. Plexi zat achterop in een fonkelnieuwe blauwe fietsmand met kooiconstructie. Omdat ik nog wel eens uit de fietsmand spring was mijn vrouwtje zeer geïnteresseerd in dit model. Ik maakte me zo groot mogelijk en zette mijn meest zielige gezicht op toen ik de mand moest uitproberen. “Het is wel krap”, zei het vrouwtje en zette me in mijn eigen krat. Met mijn wandelriem zette ze me stevig vast. Voor Plexi was het ook wat krap, maar ik was niet van plan mijn krat te delen. Dan zouden we trouwens allebei krap zitten.

We reden de wijk uit, de polder in. We hadden wind tegen, maar ik had er niet zoveel last van achter de brede rug van het vrouwtje. En trouwens, ik hou ook wel van een stevig briesje. Dus ik bleef de hele weg staan aan de zijkant van de bak om wind te vangen.

We reden langs tientallen boomkwekerijen. Bij eentje was het net tijd om te sproeien. Met grote zwiepen werd het opgepompte slootwater in de rondte gespoten. Zo op de fietsmevrouw die er te dicht langs reed. We stopten om Plexi droog te maken en hem de shawl van mijn vrouwtje om te binden tegen de kou. Gelukkig had ik mijn fietsvestje van oma aan…

Op de terugweg stopten we bij Archeon. De fietsmevrouw had er een Too Good To Go pakket besteld en die moesten we ophalen in de Romeinse herberg. Aan een korte lijn liepen we met zijn vieren de middeleeuwen in. Een paar schoolklassen waren bezig met vertrekken. Verder hing er een weldadige rust zo vlak voor sluitingstijd.

Eigenlijk moesten we daarna natuurlijk linea recta naar de uitgang, maar de vriendinnen vonden dat we ook wel via de prehistorie terug konden. Zo zagen we meteen nog wat van het park.

Op een strandje bij een vijver was een vrouw bezig met het doven van een vuur. Over een paadje door de struiken naderden wij voorzichtig in de richting van de rookwalmen. Opeens hield het pad op en stonden wij oog in oog met de bosnimf. Toen ze Plexi en mij zag begroette ze ons enthousiast. Wij waren haar leukste bezoekers van die dag, zei ze. Plexi dook meteen op de dooie muis die als een medaillon om haar nek hing, ik hield me wat terzijde. Dit was Plexi’s moment. Ik was tenslotte al eens in Archeon geweest (zie weblog 105).

Terwijl Plexi gehypnotiseerd bleef staren naar de muis vroeg de bosnimf of wij een leuke dag hadden gehad. Nou, dat hadden we wel. Er stond voor het mooi te veel wind om te fietsen, maar leuk was het wel geweest. Ik denk niet dat ze dat precies bedoelde, maar de meiden vonden het een beetje sneu om tegen deze aardige dame te zeggen dat we alleen maar een pakketje hadden opgehaald. Wat we van het park vonden, vroeg de bosnimf nietsvermoedend verder. Ook heel leuk natuurlijk, dat wisten we nog van de vorige keer.

Een beetje schuldbewust namen we afscheid van de vriendelijke bosnimf en spoedden ons met het geredde voedselpakket naar de twee eenzame fietsen die bij uitgang op ons stonden te wachten….

239. Verbinding

Het was weer tijd voor een wandeling met de wandelclub. We stonden op tijd op, propten wat eten naar binnen en raceten naar de trein. Uiteraard niet de trein die we gepland hadden te nemen, maar de volgende. Ik snap niet waarom het vrouwtje met al die vroege vogels blijft omgaan, wij zijn gewoon veel beter in doorzakken. Maar dat kunnen die vroeg-op-mensen weer niet.

We werden opgewacht in Gouda voor een speciale wandeling. Een wandeling in het teken van verbinding. Dit jaar bestaat Gouda 750 jaar. En dat wordt natuurlijk gevierd. Er zijn tal van festiviteiten, waaronder een rondwandeling op het dak van de Sint Jan. Maar dat leek de club toch wat te gevaarlijk voor mij. Dus we gingen op zoek naar de kaasmeisjes. Overal in de stad staan ze opgesteld. Geen gewone, maar hele kunstzinnige kaasmeisjes. En aangezien het vrouwtje en ik wel wat culturele vorming kunnen gebruiken gingen wij op zoek naar deze betonnen dames.

Al jaren staat ergens in Gouda, op de Nieuwe Markt, een bronzen kaasboerinnetje. Dit beeld diende als uitgangspunt voor de 50 kopieën die nu verspreid door Gouda staan. Ruim 300 verschillende inwoners van Gouda, van scholieren tot kunstenaars hebben alle kaasmeisjes van een uniek jasje voorzien, waarmee ze laten zien dat Gouda een stad is voor iedereen. ongeacht wie je bent.

Het eerste beeld stond meteen al bij het station en al gauw vonden we er meer. Het leek wel spoorzoekertje. Ik dacht dat we alle beelden gingen zoeken, maar sommige stonden toch wel erg ver weg. Dus we hielden het een beetje bij de binnenstad.

We waren net een steegje in gelopen, omdat er bij de Sint-Janskerk ook nog eentje stond, toen twee agenten op de fiets ons achterop reden. Heel langzaam kwamen ze naast ons fietsen. “U loopt hier met een hond”, zeiden ze een beetje geïrriteerd tegen mijn vrouwtje. “Ja”, zei het vrouwtje. “Mag dat niet dan?” Maar nee, dat mocht dus niet. We hadden het bekende bord moeten zien toen we het steegje inliepen. De pijn van de bekeuring in België nog voelend zette mijn vrouwtje haar allervriendelijkste glimlach op en stelde voor om dan nu meteen terug te lopen. En zo kwamen we er dit keer zonder bekeuring van af. Maar eerlijk gezegd vond ik dat de lokale autoriteiten ook hier een beetje vals speelden…

Het was wel jammer, want we waren ook op weg naar de Museumtuin voor een versnapering op het terras. Maar een half uur later durfden we het wel aan om hetzelfde straatje in te lopen, maar dan vanaf de andere kant, en ik als een juffershondje in de armen van het vrouwtje. Ik kreeg een kluifje, terwijl de wandelclub zich tegoed deed aan een punselietaartje. Het was wel een beetje drassig van binnen, maar misschien hoorde dat zo. In elk geval lieten ze het bij één taartje. Dat was sowieso beter, want bijna de hele clubkas ging eraan toen er afgerekend moest worden…

We tikten nog een paar laatste kaasmeisjes aan toen we via de historische visbanken terug liepen naar het station en namen toen afscheid. In de trein praatten we nog wat met een mevrouw die dacht ik een plumeau op mijn kont had. Het leek haar wel handig in de huishouding. Pffff…. ik ben een gezelschapshond; geen werkpaard!

Ook zin om de kaasmeisjes op te zoeken? Op de website van het Cultuurhuis | De Garenspinnerij vind je er alles over.

238. Mango’s en visite

We gingen op tijd weg. Laat ik daar mee beginnen. De laatste keer dat we hadden afgesproken met mijn vriendje Lilly kwamen we anderhalf uur te laat aankakken. Wij hadden de herinnering een beetje weggeduwd uiteraard. Maar Lilly’s baasje wist het nog wel. Dus nu moesten we ons echt van onze beste kant laten zien.

We hadden een heuse planning en iedereen hield zich eraan. Behalve het vrouwtje, die bedacht dat ze toch nog wel even naar de bibliotheek kon terwijl het baasje zich stond op te tutten. Bij de bibliotheek was ze inderdaad zo klaar, maar toen zag ze bij de groentekraam een geweldige aanbieding: een hele doos mango’s voor € 3,50. Benieuwd hoe groot de doos dan zou zijn liep ze naar de kraam. 9 rijpe mango’s in een doos, wat een leuk cadeautje voor onze gastvrouw!

Terwijl ze stond te wachten viel haar oog op de aardbeien. Ook al een mooie aanbieding. Ze pakte drie doosjes en zette ze op de mango’s. Op datzelfde moment kukelde de verpakking met de resterende doosjes aardbeien om. De grond rondom de groentekraam lag nu bezaaid met aardbeien. Het vrouwtje zette de doos met mango’s en aardbeien op een hoekje van de groentekraam om de aardbeien op te rapen, voordat iedereen er doorheen zou lopen. Met dezelfde gang vielen de aardbeien op de mango’s ook op de grond. Zwaar geïrriteerd raapte het vrouwtje ook die aardbeien op. Nog steeds was er niemand van het personeel om het vrouwtje te helpen of om af te rekenen. Met een chagrijnige klap zette het vrouwtje al het fruit weer op de kraam en liep weg. Dan maar geen vitamines.

Het baasje was inmiddels klaar en niet meer dan een paar minuten later dan gepland vertrokken we. De routeplanner gaf aan dat we een kwartier voor tijd zouden arriveren. Maar dat was voor de matrixborden aansprongen om ons met een slakkengangentje langs een uitgebrande auto te sturen. Desondanks kwamen we slechts 5 minuten te laat bij Lilly en haar baasje Lizzy voorrijden. Een ongekende prestatie!

We werden hartelijk ontvangen met thee, donuts en kauwstaven. Daarna probeerde ik Lilly te verleiden om het huis lekker op z’n kop te zetten. We renden achter elkaar door de kamer en de keuken, sprongen op en af de bank en blaften vrolijk tegen elkaar. Daarna likte ik Lilly’s buik af.

Net toen ik me afvroeg wat ik nog meer kon gaan doen stelde Lizzy voor om te gaan wandelen in het Amsterdamse Bos. Lizzy weet dat wij wel van wandelen houden, dus ze had een mooie route bedacht. In het bos was het heerlijk en bij de geitenboerderij nog heerlijker, want daar hielden we even rust. Het laatste stukje naar huis liepen een paar baasjes op karakter, maar toen hadden we wel mooi 8 kilometer afgelegd in de warmte.

We dronken nog een glaasje en lachten om de mango’s, die Lizzy helemaal niet lust en toen gingen we weer naar huis. We hadden een supergezellige dag gehad!

237. Op de plaats rust

Het zou zomaar kunnen lijken dat wij altijd op pad zijn. Laten we voorop stellen, ik zou er niets op tegen hebben. Ik wil wel wat van de wereld zien en mijn baasjes zijn gezellige reisgenoten. Maar volgens mijn baasjes kan het niet altijd feest zijn. En doordat het niet altijd feest is blijft reizen een feest. Als u mij nog volgen kunt 🙂

We hadden van Bunnik tot aan Wijk bij Duurstede wat kilometers weg gestapt op het Romeinse Limespad. Het is een heel ander pad dan het Pieterpad, dat merken we elke keer. Het Pieterpad loopt verticaal door Nederland en gaat in Drenthe en de Achterhoek en op nog wat plaatsen door grote stukken bus. Het Limespad kronkelt door een open landschap van west naar oost.

De bomen en bermen waren nog in lentetooi. Alles om ons heen was frisgroen. De appelbloesem had nu plaatsgemaakt voor de kersenbloesem. Ik zag kleine donzige eendjes achter hun moeder aanzwemmen in de Kromme Rijn waar we nog steeds alsmaar langs liepen. De eeuwenoude boerderijen langs het jaagpad zorgden ervoor dat het toch niet saai werd.

Maar opeens drukte iemand op de pauzeknop. Misschien omdat de route toch wat zwaar begon te worden…

“We hoeven toch niet altijd op pad?”, vroeg het baasje. Daar was mijn vrouwtje het wel mee eens. “Het is trouwens ook wel weer eens tijd om te tuinieren”, zei ze. Dat was dan weer niet helemaal de opzet van het baasje geweest, maar hij wist dat ze gelijk had. Dus ze snoeiden de overdadige klimop en knipten de takken van de blauwe regen weg die bevroren waren geweest in dat venijnig koude weekje in april. De blaadjes die de heester in de voortuin had laten vallen werden opgeraapt. Het onkruid werd uit de grond gerukt en verdween in de gft-container.

En na gedane arbeid? Dan is het goed rusten….

236. Domme Hollanders

“Zijn jullie nog uitgenodigd voor de verjaardag van de koning?”, vroeg ik aan mijn baasjes, terwijl ze een oranjesoes naar binnen werkten en mij hadden afgescheept met een simpel kluifje. Wat ik al half en half verwacht had, klopte. Ze waren niet gevraagd.

Ik vond het niet erg. Want onze koning heeft twee honden en ik weet nu al dat ik ze niet mag. Hoogstwaarschijnlijk zou ik dan dus ook niet mee hebben gemogen naar het feestje. Maar nu hadden we dus tijd om iets anders te ondernemen.

Op het 1000-dingen-om-ooit-nog-eens-te-doen-lijstje staat al jaren een bezoek aan Ieper. Deze Belgische stad staat zo’n beetje symbool voor de Eerste Wereldoorlog. En het dagelijks herdenkingsceremonieel waarbij de Last Post wordt gespeeld, is vermaard. Volgens het weerbericht op internet was het er aangenaam weer die dag. Er werd dus niet langer getreuzeld.

Het was ontzettend rustig op de Nederlandse wegen. Eenmaal over de grens werd het drukker, maar toch stonden we begin van de middag al in Nieuwpoort, waar we eerst heen zouden gaan voor een soort combinatiebezoek. In Nieuwpoort werd in 1914 het land onder water gezet, waardoor de Duitse invasie daar tot stilstand werd gebracht. Diverse bezienswaardigheden herinneren nog aan die tijd.

Bij de VVV haalden we een plattegrondje. In 3,3 kilometer zagen we de hoogtepunten van de stad. Voor het baasje was uiteraard het sluizencomplex leuk om te zien. Het was gebouwd in de vorm van een ganzenvoet. Als je er loopt zie je het niet, maar van boven ziet het inderdaad uit als een voet. Natuurlijk bezochten we ook het Koning Albert I monument, waar ik helaas niet in mocht, anders hadden we mooi uitzicht gehad over de ganzenpoot en de omliggende poldergebieden. Maar je kunt niet alles hebben…

Een paar kilometer verderop lag Nieuwpoort-Bad. Om de voeten te sparen gingen we er met de auto heen. Op een klein pleintje aan de boulevard vonden we een mooie parkeerplek. Het eerste half uur was nog gratis ook. Het baasje draaide de parkeerschijf op 15.45 uur, waarna we naar de pier liepen. Staketsel noemen de Belgen het. Waarbij wij dan weer denken aan de grillig gevormde oliebollen van Lizzy 😛 .

Er stond flink wat wind, maar door het zonnetje was het toch wel lekker. Terwijl we over de pier liepen zag ik tussen de planken het zeewater onder mij schuimen en hard tegen de golfbrekers slaan. Plotseling werd ik een beetje angstig. Stel nou dat we door de pier zouden zakken? Ik ging wat langzamer lopen. Ik ging heel dicht tegen het vrouwtje lopen. En toen werd ik opgetild. Ik zag nu nog veel meer zee en de wind danste in mijn haar, maar in de armen van het baasje voelde ik me toch veilig. Met zijn arm om me heen durfde ik zelfs op de rand te gaan zitten aan het einde van de pier…

Toen we halverwege de pier waren zag het vrouwtje dat het al bijna tien over vier was. Het baasje liep in een verhoogd tempo terug naar de parkeerplaats om alsnog een kaartje te trekken, want we waren nog lang niet uitgekeken hier. Toen hij langs de auto liep, zag hij een briefje onder de ruitenwisser. Het was een parkeerbon van dertig euro, acht minuten na ons vertrek uitgeschreven. Mijn baasjes stonden voor een raadsel.

Maar de bon hadden we nu toch al, dus we liepen de boulevard op, op zoek naar de bezienswaardigheden van de gekregen plattegrond. Het lastigst te vinden was het beeld van de ruiters te paard, onderdeel van de Beaufort Kunstroute. Die bleek midden op een golfbreker te staan, met ‘het idee dat het prestige van de ruiters vervangen wordt door drama als je ze in een ongebruikelijke omgeving zet. Het lijkt alsof de standbeelden één moment van een vergeten veldslag aan zee in brons gieten. Een dagelijks ritueel van verdwijnen en verschijnen, totdat de beelden langzaam vergaan in de anonimiteit‘ (ik verzin dit uiteraard niet zelf; ik ben maar een gewone hond met weinig kunstzinnige aanleg). Dat proces van vergaan was trouwens al duidelijk bezig. Zwaarden en zwepen waren al verdwenen, en het bronzen beeld was groen uitgeslagen door het zeewater…

Toen we terug waren bij de auto bestudeerden we eerst de parkeerautomaat. Er stond echt op dat het eerste half uur gratis was. Maar misschien zaten er ook gratis kaartjes in de automaat? Mijn baasjes voerden hun kenteken in en drukten op betalen. Er verscheen een keuzeveld voor betaald parkeren of een half uur gratis. Toen ze daarop drukten kregen ze inderdaad een gratis ticket voor een half uur. Tsja, dat moet je maar net weten. Ze hadden beter op de automaat kunnen zetten dat je altijd een ticket moet trekken. We voelden ons de domme Hollanders die we zijn, maar het gaf toch een beetje troost toen we zagen dat een Zwitser ook een parkeerbon had.

Het was inmiddels bijna zes uur. Hoogste tijd om naar huis te gaan. Bij onze vaste snackbar in Prinsenbeek stopten we voor een frietje, maar het was nog steeds Koningsdag en de friettent stond afgeladen vol. Met lege magen reden we naar huis, waar de kroketten uit eigen oven prima smaakten op dat late uur.

En Ieper? Dat staat gewoon weer op het 1000-dingen-om-ooit-nog-eens-te-doen-lijstje….

235. Clubdag 2022

Ik denk niet dat tante Willy boos was dat we zo laat waren, want mijn baasjes kregen toch nog een kopje thee met wat lekkers erbij. De fietsmevrouw en Plexi werden trouwens ook enthousiast onthaald. Nieuw bloed doet het altijd goed in clubverband.

Ondertussen was tante Willy met een speech begonnen. Ik weet nog van andere keren dat dat altijd ontzettend lang duurt, maar ik beheerste me. De medaille die ik vorig jaar kreeg ging door naar Cody, die dit jaar de titel mag verdedigen. Maar niet nadat ik een denkspel had gekregen van tante Willy als dank voor het clubhond zijn. Omdat ik zo intelligent ben dacht ze dat ik wel een hersenkraker kon gebruiken. Er kunnen snoepjes in, zag ik, dus dat komt wel goed.

Cody met zijn medaille poseerde trots voor de foto’s. Ik fluisterde nog snel een felicitatie in zijn oor en toen was het al tijd voor het volgende onderdeel: dé wandeling. Met zijn allen verlieten we het restaurant en sloegen een bospaadje in. Uiteindelijk kwamen we bij een meertje uit, waar we konden zitten, snacken, zwemmen en een extra rondje lopen, maar daar hadden alleen mijn baasje en Cody’s baasje zin in. Plexi bleef liever bij het meer. In het meer, moet ik eigenlijk zeggen. Hij verplaatste zich als een lenige kangoeroe door het water, tot grote hilariteit van de aanwezigen.

Toen de mannen terug kwamen en iedereen voldoende was uitgerust liepen we verder naar de uitkijktoren. Niet iedereen ging erop, maar wij natuurlijk wel! Samen met Cody’s baasje, Jip’s baasje en het baasje van Ollie en Flynn beklommen we de toren. Het uitzicht was prachtig. Na deze beklimming waren de kroketten en pannenkoeken dik verdiend.

En toen… eindelijk… was het tijd voor de pakjes, het hoogtepunt van de clubdag. Mijn vrouwtje had heerlijke repen gekocht voor in de grabbelton. Toen zij ze inpakte had ik al gevraagd of ik er eentje mocht, maar ze vond dat je dat niet kunt maken, een aangevreten verpakking inleveren. Maar nu zaten de repen in de krat. Ik rook ze al van verre. Ik wachtte beleefdheidshalve nog een paar seconden om de anderen ook een kans te geven, maar dook toen vol de krat in. Ik zag niets meer, maar ik rook ze nog steeds. Ik ging er even bij liggen om de verpakking open te maken. Tante Willy wilde mijn pakje in beslag nemen, want het is niet gebruikelijk je eigen pakje te grabbelen. Maar gelukkig wist mijn vrouwtje haar te overtuigen dat ik echt die repen wilde hebben. Snel scheurde ik al het papier eraf, voor het geval tante Willy zich zou bedenken. Iedereen moest hulp hebben van zijn baasje, behalve ik. Ik mag dan clubhond-af zijn, scheuren kan ik als de beste!

Met de repen in de rugzak namen we afscheid van iedereen. Het was weer een leuke dag geweest!

Klik hier als je geen filmpje ziet

234. Willy op wacht

Tante Willy had ons uitgenodigd voor de clubdag van haar papillonclub. Op Goede Vrijdag werden we om half elf verwacht in Herpen in Noord-Brabant. Ik wist dat Joepie daar al eens was geweest met zijn vrienden Dolly en Morris en nu mocht ik ook zelf die kant op. Ik was reuze benieuwd.

Het weer was veelbelovend. Het zou niet te warm worden, maar ook niet te koud en regen werd er ook niet verwacht. Alleen dat tijdstip, dat was wel even een dingetje… Het vrouwtje zocht op dat de rit vijf kwartier zou duren. We zouden dus om 9.15 uur al weg moeten. En om het nog uitdagender te maken: dan moesten we ook de fietsmevrouw al opgehaald hebben, want die was reuze benieuwd naar al die vlinderhondjes en wilde wel met ons mee naar Herpen.

De wekker ging om kwart over zeven, maar het duurde nog een half uur voor mijn baasjes de moed gevonden hadden om op te staan. Ik rek me dan even goed uit en schud mijn haar in model, maar mijn baasjes moeten meer moeite doen om toonbaar te worden. Maar gelukkig, om 9.00 uur stond het vrouwtje dan toch beneden. Ze wilde net een berichtje sturen naar de fietsmevrouw dat zij beter naar ons toe kon komen, want dan kon het vrouwtje nog even broodjes halen. Maar de fietsmevrouw kent ons langer dan vandaag en had besloten alvast onze kant op te komen…

Toen het vrouwtje terugkwam was het baasje ook gereed en niet veel later verscheen de fietsmevrouw met Plexi. Waar de tijd allemaal aan op ging weet ik niet, maar om half tien werd de auto volgeladen en even later konden we van start.

De verwachte aankomsttijd was inmiddels 11.15 uur. Volgens mij vrouwtje was de ultieme deadline 11.30 uur, dan zou de koffie in Herpen op zijn en de wandeling beginnen. Zo bezien waren we ruim op tijd 🙂

We waren niet de enigen die op pad gingen. Het beloofde een zonnig paasweekeinde te worden, dus er waren veel mensen onderweg. De klok tikte in razend tempo de minuten weg. Maar eindelijk, net voor half twaalf, arriveerden we bij Pan & Zo, waar tante Willy met de andere gasten en vlinders geduldig zat te wachten op onze komst. Maar nu waren we er, de clubdag kon beginnen!

Hallo allemaal, we zijn er! (foto gepikt van Cody’s vrouwtje)

233. Lilly is jarig en dat vieren wij🎈

Eén van mijn beste vrienden is Lilly. We zien elkaar vooral veel digitaal, maar soms ook in het echt. Gisteren had ik er ook graag bij willen zijn, want toen werd Lilly twee en dat is in stijl gevierd. Helaas had mijn vrouwtje andere zaken te doen. Maar met onderstaande ‘gastblog’ zijn we er toch een beetje bij….

Lilly

104 weken is 2 jaar oud en 7.6 kilo

De slingers en ballonnen hangen in de kamer. De hiep hoi ik ben weer jarig komt uit de radio. Lilly is alweer 2 jaar. Wat is die tijd belachelijk snel gegaan. Zoveel beleefd en mee gemaakt. Gisteren kwam het 1ste kaartje al

Van vriendjes

Vandaag kwam er weer een kaartje

Van Morris en Oso

Sorry hij staat op ze kop, kan er ff niks meer mee doen😏

Natuurlijk kreeg Lilly ook een kadootje niet een ,maar zelfs 2

Wat is dat baasje

Ik dacht als Lilly een pakje voor haar neus krijgt dan wordt ze wel wild en maakt het open. Nou fout gedacht, ze deed er niks mee.

Ff ruiken

Doe jij het maar baasje ,eng hoor

Gekke hond….. Misschien volgend jaar wel

Maar hij is wel leuk ……. TOCH…..

Twijfel geval

Voorzichtig toch maar eens kijken of hij leuk…

View original post 144 woorden meer