113. Verjaardagstaart

Deze week was het vrouwtje weer eens jarig. Na denkbeeldig ontbijt op bed en een kopje thee in een denkbeeldig versierde keuken gingen we aan de wandel. Er stond een stevige wind en er vielen regelmatig buien. We bleven daarom in de buurt.

De dichter J.C. Bloem werd in 1887 geboren in Alphen aan den Rijn. Hij bracht er zijn jeugd door in een grote witte villa, maar verhuisde later naar andere plaatsen. Omdat Alphen toch wel trots is op ‘haar’ dichter is een wandelroute bedacht die langs plaatsen komt die herinneren aan dichter Bloem. En die wandeling liepen wij dus.

Bij Villa Nuova, zijn geboortehuis vlak langs de Oude Rijn, stond een herinneringsbord met het gedicht Eén dag. En voor even voelden wij ons één met de dichter van weleer….

Het zachte water trok aan ons voorbij
Het oude water, één der elementen
Hetzelfde van den aanvang aller lenten
Wij stonden aan zijn oever, zij aan zij

113. villanuova

Tot zover het educatieve deel 🙂 .

’s Avonds kwam er visite. Ze hadden allemaal een cadeautje meegebracht voor het vrouwtje. De fietsmevrouw was er ook. En aangezien de fietsmevrouw een zwak voor mij heeft had ze voor mij ook iets meegebracht.

Omdat ze het zielig vindt dat ik kurken onderzetters moet eten om mijn maag te vullen had ze een verjaardagstaartje voor me gekocht. Eerlijk is eerlijk, de labels en het plastic lusje vond ik eigenlijk het lekkerst, maar het taartje zelf krijg ik ook wel weg. Gewoon elke dag een hapje…

113. verjaardagstaart

 

112. Creatief met kurk

“Scotty….”
Ik slaap, vrouwtje. 

“Scotty…”
Ze trapt er dus niet in. Wat kan ik verder nog verzinnen? Want ik weet het wel, als ze zo langgerekt en een beetje vragend Scotty zegt, met nadruk op elke lettergreep, dan komt er een preek. En daar heb ik nu even helemaal geen zin in. 

“Scotty, waarom heb je die onderzetter kapot gemaakt?”
Wat mankeert er aan die onderzetter dan? Hij is toch leuk zo, met die kartelranden?

112. kurk

Nee Scotty, je hebt ‘m gesloopt!
Gesloopt? Ik? Waarom krijg ik altijd meteen de schuld als er iets kapot is in huis? Omdat er toevallig wat kurksnippers op de grond liggen ga jij er vanuit dat ik die onderzetter kapot gemaakt heb.  Maar ik weet nergens van. Ik denk dat het baasje het heeft gedaan.

En waarom zitten er dan stukjes kurk in je borsthaar?
Echt? Nou zeg, dat is ook toevallig.

Ja Scotty, een beetje té toevallig, hè. Vind je zelf ook niet?
Nou nee hoor. Als er hier allemaal kurkstukjes op de grond liggen en jij zuigt de vloer niet, dan is het natuurlijk logisch dat het in mijn haar verstrikt raakt. 

“Ja… ja…”
En trouwens, ik lust niet eens kurk. Het is droog en taai en je krijgt het bijna niet doorgeslikt. 

“En hoe weet jij dat dan, wijsneus?”
Oh nee!

Ik ben er bij geloof ik…

112. schuldig

111. Tuinvogeltelling

Twee weken geleden was de Nationale Tuinvogeltelling van de Vogelbescherming. Het idee is dat zoveel mogelijk mensen meedoen en gedurende een half uur tellen hoeveel vogels er in hun tuin zitten. Dat geef je dan door aan de Vogelbescherming en die maakt er een prachtige top 10 van. Dit jaar zag de landelijke top 10 er zo uit:

111. tuinvogeltelling

In totaal werden er ruim anderhalf miljoen vogels geteld.

Ook ik deed mee dit jaar. Het was niet mijn eigen idee, dat geef ik meteen toe, maar ik vond het wel leuk. Omdat ik zo vaak op de leuning van de bank naar buiten zit te turen vond het vrouwtje dat ik voor een keertje wel het nuttige met het aangename kon verenigen.

111. tellen

Ik zat muisstil, want anders zou ik misschien de vogels wegjagen. Bij ons in de tuin komt vaak een merel langs om te snoepen van de vuurdoorn. En meesjes zie ik ook regelmatig. Die dansen dan op de kale takken van de appelboom en friemelen met hun kleine snaveltjes in het ‘eelt’ van de boom.

Ik had geluk. Ik had mij nog maar net geposteerd op de rugleuning toen ik al twee vogels zag. Een dikke pimpelmees en een zeldzame poolvogel. Die kun je herkennen aan zijn sjaal en wintermuts 🙂 . In de hangmand met de fuchsia zat een roze vogeltje. En ja, daar kwam de merel aangevlogen. Hij landde in de vuurdoorn en het vrouwtje maakte snel een foto. Verborgen in een hoekje zag ik nog een beweeglijk kwikstaartje. Telde ik toch zomaar 5 vogels in dat halve uurtje.

Volgens het vrouwtje zit er ook heel vaak een zeldzame geluksvogel bij ons in de tuin. Hij is wit met bruine vlekken en heeft een sierlijke lange pluimstaart. Ik kijk echt heel vaak naar buiten en ik inspecteer de tuin regelmatig, maar die vogel heb ik zelf dus  nog nooit gezien. En ook tijdens de tuinvogeltelling was ie nergens te bespeuren….

111. tuinvogels

110. Sperziebonendief

Ik mag graag een aanvulling eten op mijn brokjes. Ik ben gek op bloemkool, courgette en sperziebonen. Broccoli vind ik ook verrukkelijk en ik denk dat ik al die andere groentes die mijn baasjes eten ook graag lust. Het is me alleen nog nooit gelukt die te proeven, want mijn baasje zegt dat er menseneten is en hondeneten. Zij eten daarom mijn brokjes niet op en ik krijg niets van hun eten. In theorie dan 🙂

Wie klein is en onderdrukt wordt moet snel zijn. En dat ben ik wel. Als het vrouwtje de groente schoonmaakt en er valt een stukje, dan heb ik het weggekaapt voor ze zelfs maar heeft kunnen bukken.

Helaas valt er niet zo vaak wat. Maar gelukkig is er nog een manier om aan vitamines te komen. Sinds mijn vrouwtje haar enkel gebroken heeft dopt ze de sperziebonen niet meer aan het aanrecht, maar aan de eettafel. En dat biedt mogelijkheden!

Ik wacht tot ze zit en het zakje heeft opengevouwen. Ik laat haar eerst een paar boontjes doppen en spring dan op tafel. Zonder aarzelen schiet ik op het zakje of de pan af. Ik wissel dat een beetje af, anders ben ik te voorspelbaar 🙂 . In een seconde frommelt het vrouwtje het zakje dicht en gaat over de pan hangen.

Toch lukt het me geregeld om een boon te bemachtigen. Die eet ik dan luid smakkend op, wie weet krijg ik er dan nog eentje (is nog nooit gebeurd, overigens). Ik denk dat het vrouwtje de diepere betekenis van het het smakken niet begrijpt. Ze jaagt me van de tafel en gaat verder met de bonen. En ik wacht op een nieuwe kans…

Klik hier als je geen filmpje ziet.

109. Dendermonde

Afgelopen zaterdag was het net zo zonnig als vandaag. In de zon uit de wind leek het wel voorjaar. Dus we besloten spontaan om op stap te gaan. Het vrouwtje deed een paar voorstellen en het baasje koos een Belgisch plaatsje bezoeken.

We keken op Google Maps of er iets leuks was in de buurt van Antwerpen. Het oog viel op Dendermonde. Volgens de site van de VVV aldaar was er geen betere plek op aarde dan Dendermonde.

We parkeerden de auto in het buitengebied bij een paar oerlelijke kubussen en wandelden genoeglijk langs de Oude Dender. Nadat ik lekker geplast, gerend en geblaft had sloegen we af naar het centrum. Bij de VVV kochten we een kaartje voor het belfort aan de Markt. In de klokkentoren waren hele smalle trappetjes naar boven; mijn vrouwtje kreeg het er benauwd van.

109. belfort trap

Maar toen een stukje verderop de stenen trappen overgingen in ijzeren trappen met grote kieren langs de muur, kreeg ze het zo mogelijk nog benauwder. “Scotty, kijk uit”. “Scotty, niet doen”. “Scotty, nee!” Ik werd er gewoon zenuwachtig van. Op de armen van het baasje bereikte ik uiteindelijk de top. We konden helaas niet naar buiten, maar door de raampjes hadden we een mooi uitzicht over het plein.

109. belfort Dendermonde

Na dit avontuur gingen we op zoek naar het begijnhof. Mijn baasjes proberen altijd het begijnhof te bezoeken als ze ergens zijn waar een begijnhof is. Meestal is dit een oase van rust in de drukke stad en roepen de nostalgische huisjes een verlangen op naar de tijd dat er nog geen internet was.

Zoals wel vaker in een begijnhof mocht ik er niet in. Ik verstopte me bij het vrouwtje in haar jas 🙂 .

119. begijnhof

We liepen langs een afgebladderde muur het Sint-Alexiusbegijnhof in. Er stond een groot bouwbord dat dit begijnhof sinds 1998 op de Werelderfgoedlijst stond. Niet dat daar ook maar iets van te zien was. De boel was ernstig verwaarloosd. Sommige huisjes waren dichtgespijkerd, in de tuintjes lag afval. Het was een troosteloze bende. “Sund”, zou tante Marjolein zeggen. Ik begreep ook eigenlijk niet zo goed waarom ik hier niet mocht lopen, erger dan dit kon het niet meer worden…

Maar al met al was het toch een leuk uitstapje. Voldaan lag ik op mijn kussen op de achterbank toen het baasje in het donker naar huis reed. Mijn ogen vielen langzaam dicht en voor ik er erg in had waren we weer thuis…

108. Nieuwe auto

We hebben een nieuwe auto. Alhoewel, we is eigenlijk niet het goede woord. Het baasje heeft een nieuwe auto. Maar wij, het vrouwtje en ik, passen er gelukkig ook in. Al is het wel net aan…

De auto was een verjaardagscadeau. Het baasje is deze week 50 jaar geworden. Op zo’n leeftijd heb je alles al, dus er was geen verlanglijstje. Maar nicht Trea was tot de conclusie gekomen dat er toch nog één ding aan zijn leven ontbrak. En dat was die auto.

We moeten nog wel even wachten tot we een tochtje kunnen maken. Het is namelijk een cabrio en met deze wind en kou is dat niet zo aangenaam. Je zou je haar verliezen als je nu gaat rijden zonder dak! Dat van mij groeit wel weer aan denk ik, maar of dat voor mijn baasje ook geldt?

108. cabrio

Nu hij vijftig is geworden gelden er tenslotte andere natuurwetten. Volgens het boekje dat mijn baasje kreeg van tante Suzan zijn er voor een man namelijk maar drie kapsels mogelijk. Als hij jong is, het verzorgde haar. Als hij ouder wordt, het warrige haar en tot slot geen haar. Mijn baasje zit in de tweede fase, dus hij moet toch een beetje oppassen 🙂

De auto heeft voorlopig een plaatsje op de kast gekregen, buiten mijn bereik. Zodat ik niet per ongeluk het baasje uit de auto sleur, of in de dikke billen van het vrouwtje bijt. Of me verslik in mijn eigen enorme haarbos!

Verder kreeg het baasje nog andere leuke geschenken, waaronder een pittig pakket met pepertjes en hete saus. Ome Sjaak dacht waarschijnlijk: dat oudje kan wel wat pit gebruiken 😛 . Er staan mooie bloemen in de vaas en het cadeautje van het vrouwtje kan van de zomer verzilverd worden in Maastricht. Wat het precies is vertel ik dan te zijner tijd wel…

108. verjaardagsstoel

“Hoe bedoel je, het is niet mijn stoel?”

 

 

 

 

107. Hondvriendelijk

Om de kerstvakantie goed te besluiten had het vrouwtje een hotelovernachting voor ons geboekt. In Drachten was het beste aanbod, dus op de laatste vrijdag van de vakantie reden we naar het noorden. Het regende onafgebroken en er stond een koude wind. Echt weer om op pad te gaan 🙂

Net toen het in de auto ook kil begon te worden, ondanks de kachel op de hoogste stand, arriveerden we bij de Orchideeënhoeve, waar het altijd tropisch warm is.

De parkeerplaats was afgeladen vol en voor de kassa stond een lange rij. In de Orchideeënhoeve mogen honden mee, dus die waren er dan ook volop. Nog voor we een kaartje hadden had ik er al drie gespot. En luidkeels laten weten dat ik toch niet bang voor ze was… Terwijl het vrouwtje in de rij bleef staan moest ik met het baasje terug naar de auto om mijn snuitje te halen. Dat was even balen! Vooral toen er bij gebrek aan sokken een handschoen tussen gepropt werd. Echt hondvriendelijk 🙂 .

107. orchideeenhoeve

Ik had vooraf een uitgebreide sanitaire stop gemaakt, maar al die plantjes, die maken toch wat in me los. Het is sterker dan ik zelf. Dus ik zat aan een korte lijn en werd over het midden van de paden geleid. Desondanks lukte het me om professioneel te vervuilen.

Het was eigenlijk te schemerig geworden om de vlinders in de vlindervallei goed te kunnen zien, maar speciaal voor deze tijd van het jaar waren de tropische tuinen, de vlindervallei en de hangende tuinen sfeervol verlicht. En dan is gewoon zitten op een bankje of een schommelstoel al genoeg.

Het hotel was ook ‘hondvriendelijk’. Ik mocht mee in het restaurant als mijn baasjes daar wilden eten. Maar ik moest wel onder tafel en stil zijn. En honden mochten ook niet gevoerd worden onder de tafel. Daar is toch niets aan?

Op de hotelkamer blafte ik per ongeluk een paar keer. Mijn energie, die moest er gewoon nog uit, en dan helpt zelfs geen uitzettingsdreigement. Ik was helemaal hyper van de lange reis en het afzien in Orchideeënhoeve. Een verblijf in zo’n ‘hondvriendelijk’ restaurant kon ik echt niet aan. Mijn baasjes gingen dus niet met mij uit eten, maar haalden een frietje bij de plaatselijke snackbar. Wel zo gezellig, als je het mij vraagt…

De volgende dag na het ontbijt vertrokken we. Het was droog en heel in de verte scheen een zonnetje. Desondanks zou het toch een lange reis worden. Ik was dan ook verbaasd toen we tien kilometer verderop al uitstapten in het dorpje Beetsterzwaag. De wandelschoenen en wanten gingen aan en samen met nog honderden andere enthousiastelingen liepen we de Struuntocht over Landgoed Olterterp en langs de Sint Hippolytuskerk. Die honderden enthousiastelingen liepen overigens wel allemaal voor ons… Als allerlaatste waren wij weer terug bij de start. De auto vonden we makkelijk terug op het nu lege parkeerterrein. En toch vond ik dit het leukste onderdeel van ons tripje. En echt hondvriendelijk 🙂

107. struuntocht beetsterzwaag

106. Een nieuw matras

Het vrouwtje had een nieuw matras besteld bij een winkel 10 km verderop. Bezorgen kostte € 50,-  Nou, dacht het vrouwtje, dat is snel verdiend. Dat kunnen we zelf ook wel.

Het baasje schroefde de dakdragers op de auto en gooide een lading van opa’s touw in de achterbak. Mijn baasjes hebben maar een klein bedje, dus het paste makkelijk op de auto zonder dat het al te veel uitstak. Het matras werd vernuftig vastgeknoopt aan de dakdragers, de spiegels en het laatste stuk van het touw ging door de ramen en werd binnen aan elkaar geknoopt. Het baasje reed met een slakkengangetje naar huis, waar het matras naar boven moest en het oude naar beneden.

“Zullen we de oude meteen maar naar de stort brengen?” vroeg het vrouwtje enthousiast. Het baasje, inmiddels wetend dat zo’n vraag niet zo vrijblijvend is als dat hij klinkt 🙂 , knikte gelaten.

Weer sjorden ze een matras op het autodak en bonden het ongeveer hetzelfde vast.

106. matras1

De snelste manier om bij de vuilstort te komen was over de N11. We waren net het eerste trajectcontrolepunt gepasseerd toen het baasje verontrust zei: “Dit was toch niet zo’n goed plan.” Toen ze uitstapten bij de pechhaven was het matras al een halve meter naar achteren geschoven. Ze haalden de touwen los en knoopten het matras opnieuw vast.

We reden verder. Het vrouwtje hield het matras angstvallig in de gaten via de spiegel aan het portier. “Langzamer, langzamer!” riep ze naar het baasje. Het baasje zag niets verontrustends in zijn spiegel, maar ging toch nog iets langzamer rijden.

“Stoppen!” gilde het vrouwtje opeens. Maar het baasje zag nog steeds niets geks in de spiegel en reed stug door, want stoppen in de berm is ook niet aanlokkelijk. Het vrouwtje werd boos. Het matras bungelde aan onze kant al een heel stuk langs het raam. Nog even en we zouden het verliezen…

Maar gelukkig, honderd meter verder zag het baasje toch kans om te stoppen . Dat was net op tijd. Maar nu? We moesten nog kilometer tot de volgende afslag en omkeren was ook onmogelijk.

Ze trokken het matras van de auto en stouwden het in de auto. Snel de klep dicht en racen naar de vuilstort. We reden veel te snel langs de volgende trajectcontrolecamera, maar we hadden genoeg marge op dit traject 🙂

Er bleek op de stort een speciale container te zijn voor matrassen. Maar geloof mij, die van ons die kun je echt niet meer hergebruiken na dit transport…

106. matras 2

 

105. Archeon

Gelukkig herinnerde de fietsmevrouw ons er afgelopen zaterdag net op tijd aan: de gratis open dag van Archeon voor inwoners van Alphen. Het had in alle krantjes gestaan, maar op de één of andere manier had het vrouwtje de aankondiging gemist. We waren echter nog op tijd!

Het vrouwtje stuurde een berichtje aan de hele familie om met z’n allen op stap te gaan. Er was niet veel animo.

“Ik betaal”, appte het vrouwtje. Dat hielp 😛 . De berichtjes stroomden binnen nu. Alleen opa en oma hadden nog niet gereageerd. Mijn vrouwtje belde iedereen tegelijk op met Whatsapp. Groepsdruk helpt namelijk vaak om een beslissing te forceren 🙂

telefoon

Nadat iedereen van de verbazing bekomen was over wat er tegenwoordig technisch allemaal mogelijk is werden er spijkers met koppen geslagen. Het vrouwtje biechtte op dat niet zij, maar Archeon ging trakteren. Om 14.00 uur zouden we verzamelen bij de ingang van Archeon.

Het werd iets later, maar uiteindelijk waren we er allemaal. Voordat onze reis langs de Romeinen, door de middeleeuwen en door de prehistorie begon (ja, ook in die volgorde 🙂 ), gingen we met zijn allen op de foto. Ik ging er uiteraard achterstevoren op, hoewel ik met mijn kap op wel voldeed aan de dresscode….

WhatsApp Image 2019-12-21 at 22.13.57

Het was een drukte van belang. Heel Alphen was uitgelopen! Overal in het park brandden open vuurtjes en liepen mensen verkleed rond. We vielen amper op 🙂

De Romeinse gebouwen en de plaggenhutten lagen niet helemaal in de interessesfeer van de familie. In de middeleeuwen zag het er nog wel gezellig uit. Oma ging het klooster in, maar kwam er snel weer uit toen de monniken begonnen te zingen. Bij opa aan de keukentafel is het toch gezelliger 🙂

Ome Sjaak rende enthousiast een plaggenhut in, terwijl hij luidkeels verkondigde dat de voorstelling ging beginnen. Helaas voor hem was er ook echt net een voorstelling begonnen en zat de hut vol met onbekende Alphenaren. Ome Sjaak maakte zich snel uit de voeten 🙂 .

Na twee uurtjes had iedereen alles wel gezien. Nee, we hadden niet alle bordjes gelezen. We hadden niet naar alle Archeotolken geluisterd. We hadden geen kaarsen gemaakt, honing geproefd en touw geknoopt in een rokerige hut. Maar we hadden wel dikke pret gehad. En het vrouwtje beloofde ons dat we de rest van de kerstvakantie lekker mogen luieren….

105. archeon

 

104. Met je hoofd in een megafoon

Ik was net van plan wat te spelen met mijn oude varken, toen het baasje mijn riem pakte.

104. relaxen

We reden een stukje met de auto en gingen toen een gebouwtje binnen. “Zijn we bij de dierenarts?” vroeg ik aan het baasje en hij antwoordde bevestigend. Had ik het toch goed geroken. Ik ging rustig zitten, maar toen er een andere hond binnenkwam werd ik toch wel zenuwachtig. Zeker toen ik zijn muilkorf zag. Zo’n muilkorf is natuurlijk ter geruststelling, maar ik bedacht me alleen maar hoe bloeddorstig die hond wel niet moest zijn als hij een muilkorf droeg. Ik besloot een waarschuwingssignaal af te geven.

Gelukkig mocht ik niet lang daarna de spreekkamer binnen. Het baasje tilde me op de tafel en vertelde aan de dierenarts dat ik al anderhalve dag gefocust ben op mijn achterwerk. Op het ziekelijke af, volgens mijn baasjes.

De dierenarts tilde mijn staart op om te kijken. Dat dacht ik dus niet. Ik hapte naar de dierenarts. Maar hij lachte erom. Het baasje nam mij van voren in de houdgreep terwijl de dierenarts de schade bekeek. Een kapot gesabbelde ontstoken anaalklier. Hij zei het zo stellig dat ik het ook wel moest geloven.

Hij liep even weg en kwam toen terug met een spuit. O nee, daar komt niks van in!  Ik kronkelde precies op het juiste moment weg. De dierenarts prikte in zijn hand. Dat zal hem leren! Maar ook nu lachte de dierenarts erom en pakte een nieuwe spuit. Hij wilde eigenlijk in mijn nek spuiten, maar daar hield het baasje mij al klem. Uiteindelijk belandde de spuit in mijn achterpoot. Het deed ongelofelijk zeer! Ik moest er gewoon even van gillen.

Het baasje gaf de dierenarts een hand en ging naar de balie om te betalen. We kregen twee doosjes met pillen mee en een plastic geval. Het leek wel op een megafoon.

Toen ik thuis heel even zelf wilde kijken hoe het er van achter uit zag, zei nu het baasje: “Dat dacht ik dus niet.” Hij pakte de megafoon en propte mijn hoofd erin.

Als ik nu blaf, wordt het geluid 10x versterkt 😛 104. hondenkap

 

 

103. Dikke poen oet Mestreech

Het was zaterdagmorgen. Mijn baasjes praatten de hele tijd geheimzinnig met elkaar. “Hij heeft er niets aan”, hoorde ik het baasje zeggen. “Maar het wandelen is toch leuk voor hem?” zei het vrouwtje. “Ik denk dat ie gaat klieren in de trein”.  “Als jij moest werken, nam ik hem ook mee”. “Ik ben dan wel de hele dag alleen”. Ik vroeg me af over wie het ging.

Het vrouwtje pakte haar rugtas in. Het leek erop als ze ging werken. Brood in de tas, flesje drinken in de tas. Twee plastic bekers in de tas.

Hé, twee plastic bekers in de tas? Die gaan altijd mee als we gaan wandelen…. En uit die ene mag ik dan drinken als ik dorst heb…. Ja, ik heb het wel door! Jullie willen weggaan zonder mij! Nou, dat gaat niet gebeuren! 

Ik sprong via een stoel op de tafel. Ik ging zo dicht mogelijk tegen de rugtas zitten. Het vrouwtje duwde mij opzij, maar ik liet me niet wegjagen. “Zie je wel, hij wil mee”, zei het vrouwtje triomfantelijk. Het baasje wilde eigenlijk niet, maar hij moest het wel geloven. Verslagen haalde hij mijn riem en deed mijn tuigje om. Het vrouwtje pakte ondertussen mijn brokjes in en een flesje water.

Even later belde de fietsmevrouw aan. Met zijn allen liepen we naar de auto en een paar minuten later stonden we op het station. Het baasje liep met ons mee naar de trein, maar stapte er zelf niet in.

103. treinreisEventjes vond ik het zielig voor het het baasje, maar voor ik mij kon bedenken reed de trein weg, het avontuur tegemoet.

Er kwam maar geen einde aan de reis. Ik weet niet wie dit had uitgezocht, maar van mij had het wel wat korter gemogen. Ik begon me een beetje te vervelen. Je kunt namelijk heel veel in  een trein: in het gangpad lopen, alle dingetjes die onder de stoel liggen bekijken en proeven, even een praatje maken bij andere reizigers en kijken wat iedereen in zijn tas heeft. Maar niet als je aan een korte lijn zit. Dan kun je eigenlijk alleen op een jas op een stoel zitten 😦 .

103. indetrein

Maar eindelijk, na 3,5 uur onderweg, waren we dan toch ergens. Ik hoorde meteen waar we waren. Want die zachte g, de taal van de kennel, die herken ik uit duizenden! Ik was weer Limburger tussen de Limburgers!

De fietsmevrouw had een wandeltocht voor ons uitgezocht. Negen kilometer langs alle highlights van Maastricht. Het vrouwtje keek bedenkelijk. Theoretisch kun je dat in 2 uur lopen. Maar het vrouwtje en ik weten wel beter 😛 . Daar doe je úren over!

103. servaasbrug

De fietsmevrouw wilde het toch proberen. We gingen eerst op weg naar Pieke uit de Stokstraat. Hij zit met zijn hondje(s) op een muurtje en presenteert volgens de fietsmevrouw een pakje sigaretten. Nou, dan was Pieke zijn tijd ver vooruit met zijn sigaretten in een neutrale bruine verpakking. Dat moet nog wet worden 🙂

113. Pieke oet de Stokstraot

We bekeken nog de Bisschopsmolen en de Leeuwenmolen. Vlak voor we bij de omwalling kwamen vond ik nog een authentieke Limburgse pispaal. Er stond wel op dat het er geen eentje was, maar als het eruit ziet als een pispaal en ruikt als een pispaal, geloof mij, dan ís het een pispaal . Het moest wel een grammaticafoutje zijn 🙂 . Terwijl het vrouwtje de paal fotografeerde strekte ik vlug mijn achterpoot en piste tegen de paal. Meteen bewoog het gordijntje in het naastgelegen huis. De fietsmevrouw maakte onschuldgebaren naar het raam en het vrouwtje rende zo onopvallend mogelijk weg…

113. pispaal

Net voor het donker zaten we weer in de trein. De reis duurde nu net zo lang, maar ik was toch wel moe geworden van de hele dag buiten lopen en overal poseren, dus ik verveelde mij niet. Gelukkig kan ik overal slapen. Zelfs in een schommelende trein. En toen ik mijn ogen open deed, waren we alweer thuis…

103. slapen in de trein